Peuterpraat #12

Wat verandert hij toch hard

De laatste peuterpraat dateert al weer van een poosje geleden, niet omdat we geen zin hebben gehad om er een te maken, maar omdat Alex even in een moeilijke periode zit die zo typisch is voor de leeftijd 2 en 3 jaar. Dat maakt de lollige uitspraken tijdelijk iets schaarser (en het drama des te talrijker). Hier is de vangst van de afgelopen tijd.

In het treinmuseum staat ook een Thomas tafel. Alex speelt ermee alsof hij het voor de eerste keer ziet. Het is tijd  om naar huis te gaan, dus papa vraagt:
“Do you want to go home?”
“No, I don’t want to go home. I’m happy.”

Alex laat een flinke boer.
Mama: “Hey, wat zeg je dan?”
Alex: “Dat is een burpy sound.”

“I am a princess!”
Aldus Alex, met een haarbandje van Nova in zijn haar, nog wars van alle bestaande genderstereotypen.

“Nova heeft een piemel!” (bij het zien van de allereerste foto van zijn zusje, waar de navelstreng net is doorgeknipt)

Het is bijna 7 uur ’s avonds en Alex is erg moe. Hij heeft dan veel gevoel voor drama. Als Nova een stuk van zijn Lego rails pakt, roept hij dan ook vol overgave:
“Nova, you are stout!”

“Mama en papa zijn best friends. Papa en Alex zijn ook best friends.”

Bij het ontbijt aan een bordje havermoutpap: “Oatmeal is good for boys.”

We maken een smoothie van banaan, sinaasappel en bramen in de blender, wat een prachtige paarse kleur oplevert. Alex, die onlangs de kleuren van de regenboog heeft leren benoemen, roept verrukt:
“It’s violet!”
Hoewel hij geen bramen lust, wil hij wel graag een slokje van de smoothie proeven. Als we hem vragen waar het naar smaakt, denkt hij even na en zegt dan vol overtuiging:
“Het smaakt naar… violet!”

We zijn in het kantoor van de kinderarts. Dr. Lucy komt binnen en zet haar voet op een laag stoeltje en begint dan aan haar verhaal. Alex kijkt haar streng aan en zegt tegen dr. Lucy:
“You need to put your foot on the floor.”

Na een zeer actieve dag is Alex ’s avonds niet te genieten. Bij het minste of geringste komen de tranen. Als hij om niks een groots drama opvoert over zijn vingers die pijn doen, stellen we voor dat we bij de dokter dan maar nieuwe vingers moeten halen. Die aanpak zet hem meestal wel op het goede spoor en laat al gauw de absurditeit van de situatie zien.
“Auauauau… mijn vingers doen pijn.”
“Oh jee Alex, moeten we naar de dokter? Ik hoor dat de dokter alleen nog maar groene en paarse vingers heeft. Nou ja, dat moet dan maar.”
Alex hoort het even aan en dan beginnen zijn oogjes te glimmen met een zeker enthousiasme.
“Red fingers! I want red fingers!”