Internationaal Festival

Logo van het Spartanburg International Festival.We hadden een tijdje geleden een aankondiging zien staan voor het Internationaal Festival in downtown Spartanburg. Afgelopen week kreeg Rob van zijn Braziliaanse collega nog eens een herinnering dat het dit weekend zou plaatsvinden. Omdat het alleen op zaterdagmiddag was, zijn we na de wekelijkse boodschappen naar het stadscentrum afgezakt. Het kwam bovendien mooi uit dat we een activiteit dicht bij huis hadden, gezien de nog altijd voortdurende benzinekrapte.

Reeds voor de 23ste keer werd dit festival georganiseerd, mede dankzij het internationale karakter van de stad. Er wonen mensen uit zo’n 60 verschillende landen in Spartanburg en omgeving, en zo’n 100 internationale bedrijven hebben hier een vestiging (bijvoorbeeld BMW en Michelin).

In Barnett Park stonden talloze kraampjes opgesteld die elk een bepaald land vertegenwoordigden. Kinderen konden een Amerikaans paspoort bij ‘Immigratie’ halen en daarmee bij elk standje een sticker of stempel te halen. Bij de meeste stalletjes was voor de kinderen ook iets te doen, zoals het kleuren van maskers of voetballen met wereldbollen. Behalve toeristische informatie waren er ook veel streekproducten te koop en met name Duitsland had dat goed aangepakt met pullen bier en een hoempa-orkest in klederdracht. De zanger was een Amerikaan die een poging deed om in het duits te zingen.

Het drukstbezochte gedeelte was natuurlijk de ‘Boulevard of Food’, met vele kraampjes waar je exotische (en soms minder exotische) hapjes kon proeven. Rob bestelde bij het kraampje van Kenia een ‘mbuzi’, een schotel van gestoofd geitenvlees met rijst en groenten. De verkoopster reageerde bijzonder enthousiast en vroeg of Rob Swahili spreekt. Blijkbaar was zijn uitspraak precies goed. Ze was er in ieder geval helemaal ondersteboven van. Bij het kraampje van Israel hebben we nog een stuk Bethlehem cake gekocht.

Op drie verschillende podia werden diverse optredens verzorgd. We hebben bijvoorbeeld een Indiaan rituele dansen zien opvoeren, een groepje Afrikanen met bongo’s in de weer gezien, een aantal Ieren enthousiaste volksliederen horen vertolken en het Carolina Klezmer Project melancholische muziek horen maken. Van deze laatste groep hebben we een kort filmpje gemaakt, dat je hieronder kunt bekijken. Voor de rest staan de foto’s op de gebruikelijke plaats. Trouwens, voor wie het zich afvraagt, Nederland en Belgie waren niet vertegenwoordigd, dus wellicht dat we daar volgend jaar eens verandering in moeten brengen.

Advertenties

Alweer een ziekenhuisbezoek

Ik ben in mijn leven nooit vaak in ziekenhuizen geweest, maar sinds ik zwanger ben, ben ik bezig met een stevige inhaalrace. Vandaag moest ik een bezoek afleggen om te controleren of ik eventueel zwangerschapsdiabetes heb. Dit is een standaard controle in de tweede helft van de zwangerschap. Op de website www.kindjeopkomst.nl vond ik de volgende informatie over dit verschijnsel:

Kookboek voor vrouwen met zwangerschapsdiabetes.“Doordat bepaalde zwangerschapshormonen insulineresistentie (weerstand tegen de werking van insuline) veroorzaken, treedt er tijdens de zwangerschap een verminderde glucosetolerantie op. Dat wil zeggen dat het systeem dat het glucosegehalte van het bloed regelt niet goed werkt en niet alle opgenomen glucose goed kan verwerken.”

Vanmorgen nam de zuster eerst weer mijn gebruikelijke waarden op (bloeddruk 125/75 en alweer een pond erbij sinds de vorige weegbeurt) waarna ik een soort Fanta te drinken kreeg waar de prik bijna vanaf is. Het was gelukkig minder zoet dan ik gedacht had. Met het drankje achter mijn kiezen moest ik een uurtje wachten in de wachtruimte, waarna mijn bloed gemeten werd. Hoera! Niks aan de hand en dus geen zwangerschapsdiabetes! Weer een stapje dichterbij de geboorte van de gezondste baby ooit (nog 92 dagen om precies te zijn)!

Benzine-drama

Toen we afgelopen zondag terugkwamen in Boiling Springs na onze korte vakantie, zagen we langs highway 9 een probleem dat we onlangs ook al eens hebben meegemaakt. Geen klanten bij de tankstations en plastic zakken om de benzinepompen. Wederom was er geen benzine meer te krijgen!

Omdat we niet veel benzine meer in de tank hadden zitten na onze lange Wanneer hebben we weer benzine?reis, zijn we maandagavond naar Wal-Mart gereden om te zien of ze daar nog iets hadden. We waren niet de enigen met dat idee, want we hebben maar liefst 45 minuten in de rij bij de pomp gestaan om te kunnen tanken! Bij alle twaalf pompen stonden zo’n 8 auto’s te wachten in de hoop nog een slokje in de tank te kunnen gooien.

Na de tropische stormen en orkanen die aan land zijn gekomen en daarbij het gebied met olieraffinaderijen geraakt hebben, is de productie van olie in dit land met zo’n 20% gedaald. Omdat South Carolina aan het eind van de pijpleidingen zit, ontstond hier de (ongegronde) vrees dat de benzine op zou gaan. Het gevolg was dat iedereen als een gek ging tanken, met als gevolg… dat de benzine op ging. Een self-fullfilling prophecy noemen ze dat.

Omdat berichten over het tekort aan benzine in de Carolina’s het nieuws haalden, ging men in andere staten ook snel tanken met dezelfde problemen tot gevolg. Daardoor is de belevering van tankstations in het zuidoosten problematisch en zitten we nog steeds met lege pompen. Het ziet er naar uit dat we dit weekend onze activiteit vlakbij huis moeten zoeken, want het is maar de vraag wanneer we weer normaal kunnen tanken.

Riverbanks Zoo and Garden in Columbia

Logo van Riverbanks.Zondagmorgen begint onze dag in Columbia, de hoofdstad van South Carolina. We douchen en pakken onze spullen alvast bij elkaar en gaan dan ontbijten in de lobby. De keuze is verrassend ruim gezien de prijs van de kamer. Als we een stevige bodem hebben voor een dag struinen in de dierentuin, checken we uit en rijden 8 mijlen naar de Riverbanks Zoo & Garden.

Van andere mensen hebben we al gehoord dat deze dierentuin de mooiste in de wijde omtrek is en bij binnenkomst worden we zeker niet teleurgesteld. De combinatie met een botanische tuin is in het hele park te zien en alles is opgevrolijkt met exotische planten. De dierenverblijven zijn ontzettend ruim en je krijgt het gevoel dat je de dieren echt in hun natuurlijke omgeving kunt bekijken.

Omdat het zondagochtend is en veel mensen nog in de kerk zitten, is het met name voor de middag heerlijk rustig in het park en kunnen we op ons gemak rondkijken. We beginnen in het Afrikaanse gedeelte en werken zo de continenten af. Bij elk dier staat op een bordje vermeld in welke frequentie hij nog voorkomt in het wild en het is altijd even slikken om te zien hoeveel van deze soorten met uitsterven bedreigd zijn.

Naast de buitenverblijven zijn ook de overdekte ruimtes schitterend gemaakt en ingericht en bovendien erg cameravriendelijk. In het Oceanie-gedeelte is een voliere met rainbow lorikeets (regenbooglori’s) waar je binnen mag met speciaal vogelvoedsel dat de lori’s met veel plezier uit je handen komen eten. De vogels fladderen zonder schrik om je oren en dat is iets waar jong en oud zich mee kunnen amuseren.

Regenbooglori.Als we de dierentuin bekeken hebben lopen we verder naar de botanische tuin dat in een apart, hoger gelegen gedeelte te vinden is. Het is eventjes klimmen maar dan kom je in een prachtig aangelegde tuin terecht. Er staan nog talloze bloemen en planten in bloei en behalve vlinders en bijen kom je ook joekels van spinnen tegen. Tegen deze tijd voel ik me behoorlijk gebroken, dus het is echt tijd om er een punt achter te zetten voor vandaag. Met de auto zijn we in ongeveer 5 kwartier thuis en we pikken onderweg de ingredienten op voor een lekkere spinaziesalade met mango.  Ongelooflijk dat het weekend al weer om is, maar we hebben wel een heerlijke minivakantie achter de rug!

Hilton Head Island (deel 3)

Op zaterdagmorgen is het opnieuw een erg mooie ochtend die veel zon belooft voor de rest van de dag. We beginnen met een stevig ontbijt, want we hebben weer genoeg activiteit voor de boeg. Omdat we vandaag om 10.00 moeten uitchecken, besteden we ook nog wat tijd aan het opruimen van alle spullen en het inladen van de auto’s. Daarna kunnen we weer op pad met de fietsen, met een picniclunch op zak.

Alligators op Hilton Head Island.Deze ochtend rijden we naar het Sea Pines Nature Preserve, een natuurgebied waar we alligators gaan spotten. Al tijdens de fietstocht naar het preservaat toe zien we alligators in het water liggen en zelfs eentje op de oever van een stroompje water. Alligators houden erg van zon en gaan langs de kant van het water liggen zonnebaden, zoals ook het beestje dat wij hier tegenkomen. Gelukkig is het nog maar een jong exemplaar, maar desondanks is het nogal intimiderend om hem zien terwijl hij je duidelijk in het vizier heeft en zijn scherpe tanden in de zon laat schitteren.

We rijden verder het park in en parkeren de fietsen in een rek. Het mulle zand op de paden maakt het fietsen erg zwaar, dus we besluiten om te voet verder te gaan. Het park is een groene oase met verschillende meren zoals Lake Joe. Er zijn uitgezette paden waarvan we er een aantal lopen. Dit brengt ons langs de meren, waar we verschillende vogels (zoals een kolonie reigers) en schildpadden tegenkomen. Als je je een beetje rustig houdt, kun je veel verschillende dieren in hun natuurlijke omgeving zien. Uiteindelijk komen we in het park geen alligators meer tegen, maar we hebben een aantal goede foto’s kunnen maken van het beestje dat we eerder op de oever hebben zien liggen.

Na onze picniclunch rijden we terug naar het Sea Pines Resort en leveren we de fietsen weer in. Als we met Emma nog een keertje terug lopen naar het strand ‘om gedag te zeggen’, zien we dolfijnen zwemmen. Ze komen dus vrij dicht bij de kust! We zwaaien Daniel en Vicki uit en krijgen een dikke knuffel van Emma. Zij gaan terug naar huis terwijl wij nog even op het eiland blijven plakken. Het eerste dat we doen is de plaatselijke Starbucks opzoeken, want we hebben al een aantal dagen geen koffie meer gehad. De Pumpkin Spice Lattes smaken voortreffelijk. Ook de tank van de auto is dorstig en we gooien hem voor $3.79 per gallon vol. Omdat het al 15.00 is en we nog een dikke 3 uur moeten rijden tot Columbia, houden we het verder voor gezien. We slaan de tolweg deze keer echter over en nemen de lange route om van het eiland af te komen. Het is erg druk op de weg en veel mensen komen het laatste weekend van de zomer nog even genieten van het mooie weer op Hilton Head.

Het Wingate hotel in Columbia.Met de vlam in de pijp scheurt Rob naar Columbia, waar we een kamer geboekt hebben in het Wingate Hotel aan Harbinger Boulevard. Het ligt in een druk gedeelte van de stad waar veel restaurants en winkels zijn. Het hotel zelf is comfortabel en netjes, zeker als je de zeer acceptabele prijs van 85 dollar per nacht in acht neemt. Omdat het etenstijd is als we aankomen, gaan we na het inchecken op zoek naar een restaurantje. We stappen in de auto en slaan op goed geluk een aantal wegen in. Helaas gokken we mis en komen we in een klein plaatsje terecht dat Irmo heet en waar verder geen fluit te doen is. We laten ons door de TomTom weer terug naar het hotel brengen en ontdekken dan een Mexicaans restaurantje dat naast het hotel ligt en waar we te voet naar toe kunnen. Bij Monterrey’s eten we heerlijke fajita’s die prima smaken na een lange dag.

’s Avonds ben ik blij als ik mijn bed zie. Lange, actieve dagen zijn ontzettend leuk maar ook een aanslag op je lijf als je zes maanden zwanger bent. De baby vermaakt zich tijdens onze minivakantie ook prima en laat zich vaak en duidelijk voelen. Hij kan de warme handen van papa heel goed herkennen en begint altijd blij te trappelen als hij Robs handen op mijn buik voelt.

Hilton Head Island (deel 2)

Vrijdagmorgen worden we in onze comfortabele bedden wakker en beginnen we aan een lange dag. Op het balkon ontbijten we gevijven met een fruitsalade en de cruesli die ik de dag ervoor nog heb gemaakt. Het is een stralende dag en we hebben besloten om ’s morgens aan het strand te blijven en ’s middags fietsen te huren om op het eiland rond te kijken.

Eiken met Spaans mos.Eenmaal op het strand installeren we ons. Een paar ligstoelen, badhanddoeken, speelgoed voor Emma en een klein tentje waarin ik kan zitten zodat ik beschermd blijf tegen de zon. Het is al vroeg erg warm dus zonnebrandcreme is geboden. Daniel duikt de zee in, Rob speelt met Emma en een zandkasteel en Vicki en ik kijken hoe de opkomende vloed langzaam maar zeker het strand opslokt. Rondom ons zien we veel mensen die al veel te vaak en veel te lang in de zon hebben gezeten (waarschijnlijk ook met veel te veel bier). Rond een uur of 11.00 is het bloedheet in de zon en we besluiten naar binnen te gaan om daar voor een vroege lunch te zorgen. De vloed neemt rond 11.30 bijna het hele strand in, dus het is sowieso een goed idee om ergens anders te gaan zitten.

Na de lunch wordt er aan de deur geklopt en komt iemand onze huurfietsen bezorgen. Het zijn van die typisch Amerikaanse fietsen met mandjes aan het stuur. Op het eiland zijn overal goede fietspaden aangelegd maar het blijft grappig om te zien hoe onwennig de meeste Amerikanen op hun fiets zitten. We rijden over de kronkelende paden onder de met Spaans mos begroeide eiken tot we uiteindelijk bij Harbourtown komen. Het is een van de vele haventjes op het eiland, maar wel een van de bekendste. Hier staat immers de vuurtoren en er liggen peperdure jachten waaraan je je kunt vergapen. De winkeltjes in dit gebied zijn stuk voor stuk erg luxe en alles ademt hier weelde uit.

Bij een klein winkeltje kopen we een ijsje en we lopen de pier op. Er staat een stevige zeebries en het is leuk om naar de pelikanen en andere vogels te kijken die zich op de wind laten glijden. De indrukwekkende pelikanen duiken een voor een de zee in om vis te vangen. Aan de pier liggen diverse boten klaar voor verschillende soorten tochten. Je kunt er voor astronomische bedragen op tonijn en haaien jagen, of het bij een ‘diner op zee’-cruise houden. Wij hebben voor later op de avond een privetochtje waar we dolfijnen gaan spotten. Met dat in ons achterhoofd zorgen we dat we op tijd terug in het appartement zijn, waar we een klein hapje kunnen eten en in het geval van Rob en ik een pilletje Dramamine kunnen nemen tegen reisziekte.

Tidal marsh op Hilton Head.Om een uur of vijf rijden we naar de baai waar we op de speedboot zullen stappen. Het is nog een aardig eindje rijden en de boot ligt al klaar als we aankomen. Kapitein Chris arriveert kort daarna en we stappen in het bootje. Het is altijd weer even wennen als de grond onder je voeten nogal wiebelt. Er zijn geen andere klanten voor deze reis, dus we kunnen direct vertrekken. Het eerste stuk komen we door de beschermde ‘tidal marshes’ (dat zich in het Nederlands laat vertalen als ‘kwelder‘) van het eiland, een gebied dat stikt van het leven. Ook de dolfijnen die we vandaag gaan zoeken laten zich hier wel eens zien.

Onze tocht over het water komt langs paleizen van huizen en de gids vertelt honderduit over wat we allemaal om ons heen zien. In de tussentijd houdt hij contact met collega’s op het water om te horen waar recent nog dolfijnen zijn gespot. Als we buiten het beschermde gebied komen, gaat de boot in een hogere versnelling en snijden we door de golven richting het open water op zee. De zon begint zoetjesaan te zakken en zorgt voor mooie kleuren in de lucht. Het duurt een hele tijd, maar ineens zien we ze dan: dolfijnen vlakbij de boot. De vinnen steken duidelijk boven het water uit en we leggen de boot nagenoeg stil om ze niet te storen. Foto’s maken is echter erg moeilijk, want steeds als je je camera op de dolfijnen richt, duiken ze weer onder water.

Dolfijnen spotten is, euh, dol-fijn!We zijn al bijna twee uur onderweg als het tijd wordt om terug te keren voordat het te donker wordt. Chris gooit de boot op volle snelheid en vraagt of we achterin willen gaan zitten, omdat we nu tegen de golven in gaan en het kan nog wel eens nat worden. Het is een behoorlijk pittig ritje maar iedereen vindt het best. Ook Emma geniet met volle teugen, een echte kleine waterrat. Onderweg komen we nogmaals dolfijnen tegen, een moeder met kalf deze keer, heel bijzonder om van zo dichtbij te zien. In het bijna volledig duister keren we terug naar de steiger, omringd door de vele lichtjes in de verte.

In het appartement maken we pannenkoeken met bosbessen als avondmaal en kruipen we om een uur of 22.00 afgepeigerd in bed. We hebben vandaag zo veel gedaan dat het voelt alsof we hier al een week zijn!

Hilton Head Island (deel 1)

Kaart van Hilton Head (klik voor grotere versie)De laatste dagen in Boiling Springs waren met 23 graden en bewolking wat aan de frisse kant, dus dankzij ons tripje naar Hilton Head, dat 236 mijl bij ons vandaan ligt naar het zuiden, kregen we de kans om nog wat zonnestraaltjes mee te pikken. Rob was donderdag al om 15.00 thuis en ik had alles ingepakt, dus niet veel later zaten we in de auto op weg naar de kust. Het was een flinke reis die ons langs dezelfde weg bracht als de trip naar Charleston eerder dit jaar. Onderweg zie je dan het landschap zoetjesaan tropischer worden, met de romantische witte eiken vol Spaans mos en palmbomen zo ver je kunt zien.

Hilton Head Island ligt niet zo gek ver van Savannah in Georgia  (ca 32 km) en het is een schoenvormig eiland voor de kust van South Carolina. Het totale oppervlak is ongeveer 144 km dus het is groot genoeg om er een aantal dagen te verblijven zonder je te vervelen. Het eiland staat dan ook vol met luxe resorts waar Amerikanen uit het hele land zich tijdens dure vakanties komen ontspannen. Echt rijke Amerikanen kopen hier een tweede huis en veel beroemdheden hebben ergens een stekje op een van de kleine prive-eilandjes die rondom Hilton Head liggen. Het officiele bevolkingscijfer is een dikke 33.000 maar dit zwelt tijdens de toeristische hoogtijdagen in de zomer aan tot ongeveer 275.000. De toeristen pompen jaarlijks ongeveer 1.5 miljard in de lokale economie. Big business!

Aan het strand bij het Sea Pines Resort.Als we donderdagavond om 20.00 bij de poort van het Sea Pines Resort aankomen, vragen we volgens de instructies van Daniel en Vicki om de pasjes voor ‘Addison’, de mensen in wiens appartement zij op dit moment verblijven. De bewaker aan de poort zegt echter geen pasjes te mogen uitdelen en stuurt ons naar het hoofdkantoor voor de Sea Pines Resorts elders op het eiland. Met behulp van zijn aanwijzingen vinden we dit kantoor, ondanks de duisternis en de soms vreemde verkeerssituaties. Ook het hoofdkantoor heeft geen pasjes voor ons en we bellen Daniel dan maar. Die komt even later naar ons toerijden met de beruchte pasjes op zak en verontschuldigingen dat men nergens pasjes wilde uitdelen. Al met al zijn we een stuk vroeger aangekomen dan gepland en zodoende zijn we nog op tijd voor het diner.

Daniel coacht ons naar de parkeerplaats van Sea Pines en dat ligt pal aan zee en strand. Vanuit het appartement, dat ongeveer zo groot is als ons appartement in Gent, kun je de zee zien. Tussen het appartement en de zee liggen verschillende zwembaden en whirlpools waar de gasten gebruik van mogen maken. Binnen wachten Vicki, Emma, en Holly, Chuck en Will op ons. Holly en Chuck zijn op dit moment aan het verhuizen naar Bluffton, dat net voor Hilton Head Island ligt. Chuck heeft zijn tandartsenpraktijk in Spartanburg verkocht en we zullen hen dus niet vaak meer zien. We ontmoeten ook Christa, hun Mexicaanse nanny die sinds kort bij hen inwoont om Holly te helpen met de opvoeding van Will, met name in de perioden dat haar MS dat bemoeilijkt.

Met z’n allen genieten we van Vicki’s haystacks en als Holly en Chuck kort na het eten vertrekken, wandelen we nog even naar het strand om in het donker te genieten van het maanlicht over de golven en de ontelbare sterren aan de hemel. Het is ons nu al duidelijk dat Hilton Head een paradijselijk oord is en we zijn erg benieuwd hoe het er bij daglicht uitziet.