
Laten we de herfst goed beginnen met een nieuwe aflevering van Peuterpraat!
We hebben een nummer ontdekt van een maffe Zuidkoreaanse rapper dat ‘Gangnam Style’ heet. In het refrein zingt hij ‘oppa Gangnam Style!’
Alex zingt het nummer vrolijk mee, maar blijf stug volhouden dat de tekst ‘opa lange staart’ is.
“Het is echt gebrookt!” Snikt Alex, als Nova hem op zijn arm slaat.
Alex komt uit bed.
“I have lekker geslaapt.”
Wetenschapsonderwijs.
“Dinosaurs bestaan niet meer. De space rock viel op de earth en toen waren de dinosaurs echt wel dood.”
We hebben Alex een happy meal beloofd als pauze tijdens de lange autoreis naar Atlanta. Als we op een gegeven moment de staatsgrens overgaan, zegt mama: “Kijk, nu zijn we niet meer in South Carolina maar in Georgia.”
Alex vraagt direct bezorgd: “Zijn er in Georgia ook McDonalds?”
Het is een lange dag geweest op Biltmore. Nova heeft over de hele dag maar 10 minuten geslapen en valt in de auto bijna direct in slaap.
“Ben je ook moe, Alex?”
“Niet zo moe als Nova.” (overigens sliep Alex enkele minuten later ook)
Alex denkt terug aan Labor Day en vraagt:
“Is tomorrow Neighbor day again?”
Er ligt een insect in de zandbak. Alex analyseert de situatie:
“De beestje was in de zandbak. Toen was er allemaal zand. Toen was het beestje heel erg dood.”
Alex heeft van de prullenbak iets heel anders gemaakt.
“Mama, I put the trash in de billenbak.”
Alex kent al aardig wat planeten.
“Alex, welke planeten ken jij?”
“Umm, Mercury en Jupiter en Mercury.”
“Goed zo. En Venus, is het daar warm of koud?”
“Warm!”
“Inderdaad. En waarom is het daar warm?”
“Omdat het daar warm is.”
“En hoe komt dat?”
“Omdat het daar niet koud is.”
In de auto.
“Weet je waar we zijn, Alex?”
“Ja.”
“Waar zijn we dan?”
“Hier.”
Het is ochtend.
“Alex, zullen we even kleertjes aan gaan doen?”
“No mommy, I need my jamas. I need my jamas ‘cause I’m working.”
“De echte dinosaurs hadden een shirt aan.”
“Oh. Wat stond er dan op het shirt?”
“Angry birds.”
Papa helpt Alex met instappen in de auto. Hij kijkt naar alle huizen in aanbouw in onze straat.
“Waar is de dumptruck?”
“De dumptruck is naar huis.”
“Waarom zijn ze naar huis?”
“De workers spelen thuis met de kindjes.”
(verwonderd) “Hebben de workers kindjes?”
“Ja, want papa is ook een worker.”
“Nooooo! You’re not a worker! You’re a daddy!”