Afscheid

In Meijel worden momenteel de laatste zaken geregeld voor het afscheid van onze lieve Riek, Sjraar en Ize. Mensen zijn in de gelegenheid om zelf te kijken bij de avondwake of naar de kerk te gaan en een berichtje achter te laten bij de levensboom. Bij de plaats des onheils groeit een bloemenzee. Uit alle hoeken komen nog steeds berichten vol ongeloof en medeleven. Vanmorgen las ik de overlijdensadvertenties met daarin de namen die ik zo goed ken. Totaal onwerkelijk.

Terwijl dit alles zich afspeelt, ben ik mijlenver weg. Van een afstand zie ik het grote verdriet maar ik kan niemand vastpakken en troost bieden. Voor onze twee kinderen, die hun opa en oma en nichtje kwijt zijn, gaat het leven gewoon verder. Het is loodzwaar. Ik wil niets liever dan het verdriet delen, met Rob die zijn gezin moet missen tijdens de zwaarste periode in zijn leven, met mijn schoonzusje en haar man die het onbegrijpelijkste van alles moeten verwerken: het verlies van je kind. Hoe kan ik in vredesnaam iets voor iemand betekenen op zo’n afstand?

Ik wil deze blog vandaag gebruiken om Riek, Sjraar en Ize te eren. Om stil te staan bij het verdriet dat ze er niet meer zijn, maar ook om te herinneren wat ze voor ons betekend hebben. Hoe mooi hun leven was en hoeveel mensen ze, tijdens de tijd die hun gegeven was, hebben geraakt. Laten we niet vergeten om hun leven te vieren, terwijl we treuren om hun dood.

Als je Sjraar aan de praat wilde krijgen, moest je eens vragen naar zijn jeugd in Egchel. Dan kwamen er boeken en foto’s tevoorschijn over hoe hij opgroeide in dit piepkleine dorp, zonder de gemakken die we tegenwoordig als vanzelfsprekend beschouwen. Daar doorstond hij barre kou op de slaapzolder tussen het hooi, ging naar school in een gebouwtje dat piepte en kraakte en zocht er zijn weg in het pikkedonker als de zon eenmaal onder was. En hij had het absoluut niet anders willen hebben! Zijn jeugd had hem taai gemaakt, hij klaagde niet en wist ongemakken altijd te relativeren. In zijn werk was hij zo trouw als een hond; lang na zijn pensioen bleef hij actief voor zijn voormalig werkgever. Maar zijn grootste trots waren de kleinkinderen. Met zo veel liefde ging hij naar Heesch om op Ize te passen. Dan ontvingen we later op de dag foto’s van de kleine meid en wat ze allemaal ondernomen hadden samen. We zagen haar met elke foto groeien en mooier worden en opa Sjraar zorgde er wel voor dat we niets hoefden te missen. Zijn vliegangst overwon hij toen onze Alex geboren werd. “Als je maar niet denkt dat ik op bezoek kom!” zei hij nog, toen we vertelden van onze emigratieplannen. Maar tegen de kleine Alex kon hij geen nee zeggen, die wilde hij met eigen ogen zien en vasthouden. Toen Nova geboren werd, was het vliegen inmiddels geen probleem meer en we hebben elkaar in de VS verschillende keren gezien. Wie had dat enkele jaren geleden kunnen denken?

Als je aan Riek denkt, zie je een schort. Ze droeg het altijd en nam het zelfs mee in de koffer naar de USA. Zo voelde ze zich het fijnst, als ze zich nuttig kon maken en iets voor een ander kon betekenen. Tijdens haar vakanties bij ons was ze druk in de weer met kleren verstellen en oplappen. Maar niet alleen bij ons: in Meijel wonen weinig mensen zonder een broek die door Riek is versteld. Als alles vermaakt was, zag je haar breien. Er was altijd wel iemand die iemand kende die een baby verwachtte en dus breide ze sokjes. Zelfs in onze vriendenkring hier zijn diverse mensen met babysokjes uit Meijel! “Riek, zou je…” en dan riep ze al “Natuurlijk, geen probleem” zonder de rest van de vraag af te wachten. Ik zie nog de blijdschap op haar gezicht toen ze hoorde dat ze oma werd. We wisten dat ze niets liever wilde dan een kleinkind, maar ze vroeg er nooit naar. En het tweede en derde kleinkind waren zelfs uitgeteld op dezelfde dag. Wat een rijkdom! Maar andermans kinderen en kleinkinderen raakte ze niet uit het oog. Met oprechte belangstelling volgde ze ieders wel en wee en probeerde behulpzaam te zijn waar dat ook mogelijk was. Met het verlies van Riek raken we allemaal een beetje een moeder kwijt.

Ize… zo’n prachtig en bijzonder kind. Samen met haar mama leefden we toe naar haar geboorte. Ze had er meer haast mee dan Nova en kwam drie weken te vroeg. Zo’n piepklein kindje, maar alles zat er op en er aan. Al snel was ze thuis en opa en oma reisden wat af om bij haar te zijn. Tijdens Izes eerste levensjaar waren er wat problemen en dan hielden we ons hart vast. Maar ze was zo dapper en vocht zich overal doorheen. Het was zo genieten van ons kleine nichtje, samen met Alex en Nova die haar zagen opgroeien via de computer. Wat hebben we gelachen om filmpjes van kleine Ize met haar grote broer en zus, die ontzettend verzot op haar waren en dat was wederzijds. De laatste tijd was ze veranderd in een enorme babbelkous en haar vrolijke stemmetje voorzag alles van commentaar. Wat is het oneerlijk dat we haar gebabbel nooit meer mogen horen.

Als je wereld instort

Mensen zeggen vaak ‘dat vergeet ik nooit meer’ en daarna gaat het leven verder. Maar een heel enkele keer vergeet je iets inderdaad nooit meer, omdat het leven stopt.

Op 19 mei kregen we ’s nachts een telefoontje dat ons leven helemaal op z’n kop zette. Drie mensen, die we enkele uren daarvoor nog hadden gezien op de computer via Skype, waren er niet meer. Drie mensen, van wie we innig veel hielden, waren zomaar van ons weggenomen. Robs ouders, mijn schoonouders en ons kleine nichtje Ize, in een klap van de aardbodem verdwenen.

Wat gaat er in vredesnaam door je heen als je zoiets hoort? Allereerst ongeloof: hoe kan dat, we hebben ze net nog gezien! Dan woede: het is niet eerlijk! En tenslotte pijn en verdriet. Een verlies zo groot en onbegrijpelijk voelt aan alsof je onophoudelijk met een hamer wordt geslagen, tot je murw bent van verdriet, tot je denkt dat je geen tranen meer overhebt. En daarna begint alles weer helemaal opnieuw.

Zoetjesaan verspreidt het nieuws zich en word je overspoeld met berichten vol steun en medeleven. De telefoon rinkelt onophoudelijk, mensen komen aan de deur. Het regent condoleances en je denkt: waar heeft iedereen het over? Het is niet gebeurd, het is niet waar, het is een nachtmerrie en ik moet gewoon nog wakker worden. Toch?

Een dag gaat voorbij. Vierentwintig uur en de nachtmerrie duurt nog altijd voort. Er worden regelingen gemaakt, diensten gepland, de telefoon rinkelt nog steeds. Langzaam komt het besef dat de laatste keer echt de laatste keer was. Ineens spreek je over drie mensen in termen als ‘herinneringen’ en gebruik je de verleden tijd. Hoe is het mogelijk?

Geen woorden die ik schrijf kunnen recht doen aan Riek, Sjraar en Ize. Er is geen troost, geen rede of verklaring die ik iemand kan bieden. Het enige dat ik kan zeggen is dat we enorm veel van ze hielden, en dat altijd zullen blijven doen. Rust zacht.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag