Vanmorgen belde Vicki om eens te informeren hoe het was en of ik zin had om met haar, Emma en haar ouders naar een rozenfestival te gaan. Het was niet zo gek ver weg en we zouden voor de middag weer terug zijn, dus wat mij betreft was het prima. Niet al te veel later stonden ze met z’n allen voor de deur, ontmoette ik Betty en Rowald en waren we op weg.
Via de I85 en Highway 11 rijden we naar Pickens, waar het festival te vinden is. Bij aankomst blijkt er weinig ‘festival’ aan te zijn: het is een verzamelplaats voor rozenkwekers die er hun struiken aan de man proberen te brengen. De meeste struiken zijn nog lang niet aan het bloeien dus is het meer groen dan bloem. Het is er verder niet bijster groot dus we zijn vrij snel uitgekeken. Vicki verontschuldigt zich voor het tegenvallende ‘festival’ en als we van het terrein wegrijden ben ik nog de enige die niet onder de rode modder van Emma’s schoentjes zit.
Op de weg terug stoppen we bij een huis dat te koop staat. Vicki’s ouders wonen zelf in Alabama en zoeken iets in de buurt van hun kleindochter. Ze willen wel graag iets dat erg afgelegen ligt, met een beekje dat door de tuin stroomt, liefst in de bergen, met een waterput in de tuin en als het even kan een plaats waar ze hun eigen energie kunnen genereren. Het huis waar wij stoppen staat op een gebied van niet minder dan 10 acre, ofwel zo’n 40.000 m2. Op het terrein staat een waterput en een grote schuur en een enorme fruitboomgaard. Dat laatste blijkt helaas van de buren te zijn en ook de prijs is wat aan de hoge kant: 390.000 dollar! Ik probeer hen uit te leggen dat je in Nederland voor 260.000 euro niet veel soeps meer koopt tegenwoordig en ze kunnen dat maar moeilijk begrijpen. Vicki vindt 250.000 dollar voor zo’n huis met land meer dan genoeg. Ze kan in dat geval maar beter nooit naar Nederland of Belgie verhuizen…