Een aantal weken geleden hebben we voor Alexander een Amerikaans paspoort aangevraagd, zodat we deze zomer eens naar Nederland kunnen reizen. Het kostte natuurlijk het nodige papierwerk, maar als je de formulieren correct invult en zorgt dat je steeds alle benodigde papieren bij je hebt, valt het eigenlijk reuze mee allemaal. Volgens de dame van het postkantoor die onze aanvraag behandelde zou het paspoort toegestuurd worden per post en we kregen een statusnummer mee zodat we online konden zien hoe ver het er mee was.
Toen Rob op maandag eens keek of het paspoort van Alex al bijna onze kant op kwam, zag hij tot zijn verbazing dat deze de status ‘delivered’ had. Volgens de website was het document afgelopen vrijdag afgeleverd. Nu hadden we afgelopen vrijdag helemaal geen post, dus we wisten 100% zeker dat we het paspoort niet ontvangen hadden. Rob heeft met het postkantoor gebeld, die beloofden om op zoek te gaan en ons iets te laten weten. Vandaag, dinsdag, hadden we nog niets teruggehoord, dus ben ik eens bij het postkantoor binnengestapt. Ze zouden er snel werk van maken en ik moest een telefoonnummer achterlaten zodat ze konden bellen. Omdat ik met Vicki op stap was, gaf ik het nummer van Rob.
Toen we rond half twee ’s middags bij ons voor de deur stonden zei Vicki: “Hee, Rob is thuis!”. Toen ik haar vroeg hoe ze dat in vredesnaam wist antwoordde ze dat hij achter ons geparkeerd stond. En jawel, daar kwam hij aanlopen met het paspoort van Alex in zijn hand. Op de envelop stond het verkeerde huisnummer en de persoon die het ontvangen had, was zo vriendelijk geweest om het netjes bij de post terug te bezorgen. Dat probleem is gelukkig opgelost, want het is niet zo’n fijn idee dat er een belangrijk document ergens rondslingert.


