
Alex grossiert nog steeds in rake vondsten. Dit is alweer de 21ste aflevering van Peuterpraat en Nova begint ook voorzichtig mee te doen. Dat kan nog interessant worden!
Alex is buiten het huis aan het wassen met een spons.
“Wat ben je aan het doen?L
“I’m cleaning the house.
“Is het nodig? Hoe komt het dat het vies is?
“Because we played much much and put dirties on it.
En even later:
“The sun will be very happy!” (omdat hij geleerd heeft dat natte dingen opdrogen door de warmte van de zon)
Aan het spelen met het keukentje.
“Nova, here is your eat eat.”
Een andere weggebruiker haalt een levensgevaarlijke manoeuvre uit.
Mama: “Nou ja!”
Alex: “Nou ja!”
Nova: “Naja!”
Alex is behoorlijk gefascineerd door het gegeven dat er een tijdsverschil is tussen de plaats waar hij woont en de plaats waar opa en oma wonen. Om het hem nog eens uit te leggen, gebruik ik mijn hand als ‘aarde’ en een bal als de ‘zon’, zodat hij kan zien hoe de aarde wegdraait van het licht. Na mijn uitleg hoop ik dat hij het een beetje begrijpt.
“Snap je nu waarom het bij opa en oma avond is en bij Alex niet?”
Alex fronst en heeft hele andere dingen onthouden van de uitleg. “Dat is geen zon! Dat is een bal!”
“Mijn rug doet pijn.”
“Hoe komt dat?”
“Van het eten van de ketchup.”
Op weg naar huis.
“I don’t like this road.”
“Waarom vind je deze straat niet leuk?”
“Omdat ik die niet leuk vindt.”
“Oh. Hoe komt dat zo?”
“Ik ben mad van deze road.”
“Mad? Wat is er gebeurd dat je boos bent op deze weg?”
“Because I love this road!”
We zijn in de dierentuin en komen bij het verblijf van de bavianen.
“De aap heeft rode billen! Hij heeft een pets gehad!”
Nova, aan het eind van elke maaltijd: “Kwa!” (= klaar!)
“I need sun!” Zegt Alex beteuterd nadat hij water op zijn kleren heeft geknoeid.
Alex knoeit vruchtensap op zijn broek. In plaats van de gebruikelijke paniekreactie zegt hij kalmpjes: “The sun will dry it.”
“Zombies are nice.”
Alex heeft op school een vriendinnetje, Charlie. Op de speelplaats rennen ze hand in hand rondjes rond het speeltoestel. Ik hoor Charlie roepen: “We’re getting our exercise!” Als ik Alex ’s middags ophaal, vraag ik ernaar.
“Was je samen aan het rennen? Waarom eigenlijk?”
Alex heeft het heel anders beleefd dan zijn maatje.
“We were running away from the monsters!”
Als er iets nieuws of ongebruikelijks in de planning zit, helpt het vaak om ruim van tevoren al e.e.a. te bespreken. Zo is de weerstand het minst.
“Nova moet binnenkort naar de dokter en dan krijgt ze een prikje.”
“Why?”
“Dat is zodat ze niet ziek wordt.” (het gaat om de griepspuit)
“Papa en mama krijgen ook een prik, en Alex ook.”
Alex, zeer beteuterd:” I don’t want a prikje.”
“Als je je prik hebt gehad, gaan we daarna naar McDonalds.”
Mokkend:”Ik hoef geen McDonalds.”
“Zonder prikje word je ziek en dan kun je niet zwemmen.”
“Ik word niet ziek mama.”
“Ha! Dat denk jij!”
“No, you think it!”
Op televisie ziet Alex een simulatie van een vliegtuigongeluk.
“Het vliegtuig is helemaal kapot!”
Even later, bezorgd:”Nu kunnen opa en opa niet komen.”
Nog twee tellen later: “Gaat het vliegtuig nu naar de body shop?”
