Hilton Head Island (deel 3)

Op zaterdagmorgen is het opnieuw een erg mooie ochtend die veel zon belooft voor de rest van de dag. We beginnen met een stevig ontbijt, want we hebben weer genoeg activiteit voor de boeg. Omdat we vandaag om 10.00 moeten uitchecken, besteden we ook nog wat tijd aan het opruimen van alle spullen en het inladen van de auto’s. Daarna kunnen we weer op pad met de fietsen, met een picniclunch op zak.

Alligators op Hilton Head Island.Deze ochtend rijden we naar het Sea Pines Nature Preserve, een natuurgebied waar we alligators gaan spotten. Al tijdens de fietstocht naar het preservaat toe zien we alligators in het water liggen en zelfs eentje op de oever van een stroompje water. Alligators houden erg van zon en gaan langs de kant van het water liggen zonnebaden, zoals ook het beestje dat wij hier tegenkomen. Gelukkig is het nog maar een jong exemplaar, maar desondanks is het nogal intimiderend om hem zien terwijl hij je duidelijk in het vizier heeft en zijn scherpe tanden in de zon laat schitteren.

We rijden verder het park in en parkeren de fietsen in een rek. Het mulle zand op de paden maakt het fietsen erg zwaar, dus we besluiten om te voet verder te gaan. Het park is een groene oase met verschillende meren zoals Lake Joe. Er zijn uitgezette paden waarvan we er een aantal lopen. Dit brengt ons langs de meren, waar we verschillende vogels (zoals een kolonie reigers) en schildpadden tegenkomen. Als je je een beetje rustig houdt, kun je veel verschillende dieren in hun natuurlijke omgeving zien. Uiteindelijk komen we in het park geen alligators meer tegen, maar we hebben een aantal goede foto’s kunnen maken van het beestje dat we eerder op de oever hebben zien liggen.

Na onze picniclunch rijden we terug naar het Sea Pines Resort en leveren we de fietsen weer in. Als we met Emma nog een keertje terug lopen naar het strand ‘om gedag te zeggen’, zien we dolfijnen zwemmen. Ze komen dus vrij dicht bij de kust! We zwaaien Daniel en Vicki uit en krijgen een dikke knuffel van Emma. Zij gaan terug naar huis terwijl wij nog even op het eiland blijven plakken. Het eerste dat we doen is de plaatselijke Starbucks opzoeken, want we hebben al een aantal dagen geen koffie meer gehad. De Pumpkin Spice Lattes smaken voortreffelijk. Ook de tank van de auto is dorstig en we gooien hem voor $3.79 per gallon vol. Omdat het al 15.00 is en we nog een dikke 3 uur moeten rijden tot Columbia, houden we het verder voor gezien. We slaan de tolweg deze keer echter over en nemen de lange route om van het eiland af te komen. Het is erg druk op de weg en veel mensen komen het laatste weekend van de zomer nog even genieten van het mooie weer op Hilton Head.

Het Wingate hotel in Columbia.Met de vlam in de pijp scheurt Rob naar Columbia, waar we een kamer geboekt hebben in het Wingate Hotel aan Harbinger Boulevard. Het ligt in een druk gedeelte van de stad waar veel restaurants en winkels zijn. Het hotel zelf is comfortabel en netjes, zeker als je de zeer acceptabele prijs van 85 dollar per nacht in acht neemt. Omdat het etenstijd is als we aankomen, gaan we na het inchecken op zoek naar een restaurantje. We stappen in de auto en slaan op goed geluk een aantal wegen in. Helaas gokken we mis en komen we in een klein plaatsje terecht dat Irmo heet en waar verder geen fluit te doen is. We laten ons door de TomTom weer terug naar het hotel brengen en ontdekken dan een Mexicaans restaurantje dat naast het hotel ligt en waar we te voet naar toe kunnen. Bij Monterrey’s eten we heerlijke fajita’s die prima smaken na een lange dag.

’s Avonds ben ik blij als ik mijn bed zie. Lange, actieve dagen zijn ontzettend leuk maar ook een aanslag op je lijf als je zes maanden zwanger bent. De baby vermaakt zich tijdens onze minivakantie ook prima en laat zich vaak en duidelijk voelen. Hij kan de warme handen van papa heel goed herkennen en begint altijd blij te trappelen als hij Robs handen op mijn buik voelt.

Hilton Head Island (deel 2)

Vrijdagmorgen worden we in onze comfortabele bedden wakker en beginnen we aan een lange dag. Op het balkon ontbijten we gevijven met een fruitsalade en de cruesli die ik de dag ervoor nog heb gemaakt. Het is een stralende dag en we hebben besloten om ’s morgens aan het strand te blijven en ’s middags fietsen te huren om op het eiland rond te kijken.

Eiken met Spaans mos.Eenmaal op het strand installeren we ons. Een paar ligstoelen, badhanddoeken, speelgoed voor Emma en een klein tentje waarin ik kan zitten zodat ik beschermd blijf tegen de zon. Het is al vroeg erg warm dus zonnebrandcreme is geboden. Daniel duikt de zee in, Rob speelt met Emma en een zandkasteel en Vicki en ik kijken hoe de opkomende vloed langzaam maar zeker het strand opslokt. Rondom ons zien we veel mensen die al veel te vaak en veel te lang in de zon hebben gezeten (waarschijnlijk ook met veel te veel bier). Rond een uur of 11.00 is het bloedheet in de zon en we besluiten naar binnen te gaan om daar voor een vroege lunch te zorgen. De vloed neemt rond 11.30 bijna het hele strand in, dus het is sowieso een goed idee om ergens anders te gaan zitten.

Na de lunch wordt er aan de deur geklopt en komt iemand onze huurfietsen bezorgen. Het zijn van die typisch Amerikaanse fietsen met mandjes aan het stuur. Op het eiland zijn overal goede fietspaden aangelegd maar het blijft grappig om te zien hoe onwennig de meeste Amerikanen op hun fiets zitten. We rijden over de kronkelende paden onder de met Spaans mos begroeide eiken tot we uiteindelijk bij Harbourtown komen. Het is een van de vele haventjes op het eiland, maar wel een van de bekendste. Hier staat immers de vuurtoren en er liggen peperdure jachten waaraan je je kunt vergapen. De winkeltjes in dit gebied zijn stuk voor stuk erg luxe en alles ademt hier weelde uit.

Bij een klein winkeltje kopen we een ijsje en we lopen de pier op. Er staat een stevige zeebries en het is leuk om naar de pelikanen en andere vogels te kijken die zich op de wind laten glijden. De indrukwekkende pelikanen duiken een voor een de zee in om vis te vangen. Aan de pier liggen diverse boten klaar voor verschillende soorten tochten. Je kunt er voor astronomische bedragen op tonijn en haaien jagen, of het bij een ‘diner op zee’-cruise houden. Wij hebben voor later op de avond een privetochtje waar we dolfijnen gaan spotten. Met dat in ons achterhoofd zorgen we dat we op tijd terug in het appartement zijn, waar we een klein hapje kunnen eten en in het geval van Rob en ik een pilletje Dramamine kunnen nemen tegen reisziekte.

Tidal marsh op Hilton Head.Om een uur of vijf rijden we naar de baai waar we op de speedboot zullen stappen. Het is nog een aardig eindje rijden en de boot ligt al klaar als we aankomen. Kapitein Chris arriveert kort daarna en we stappen in het bootje. Het is altijd weer even wennen als de grond onder je voeten nogal wiebelt. Er zijn geen andere klanten voor deze reis, dus we kunnen direct vertrekken. Het eerste stuk komen we door de beschermde ‘tidal marshes’ (dat zich in het Nederlands laat vertalen als ‘kwelder‘) van het eiland, een gebied dat stikt van het leven. Ook de dolfijnen die we vandaag gaan zoeken laten zich hier wel eens zien.

Onze tocht over het water komt langs paleizen van huizen en de gids vertelt honderduit over wat we allemaal om ons heen zien. In de tussentijd houdt hij contact met collega’s op het water om te horen waar recent nog dolfijnen zijn gespot. Als we buiten het beschermde gebied komen, gaat de boot in een hogere versnelling en snijden we door de golven richting het open water op zee. De zon begint zoetjesaan te zakken en zorgt voor mooie kleuren in de lucht. Het duurt een hele tijd, maar ineens zien we ze dan: dolfijnen vlakbij de boot. De vinnen steken duidelijk boven het water uit en we leggen de boot nagenoeg stil om ze niet te storen. Foto’s maken is echter erg moeilijk, want steeds als je je camera op de dolfijnen richt, duiken ze weer onder water.

Dolfijnen spotten is, euh, dol-fijn!We zijn al bijna twee uur onderweg als het tijd wordt om terug te keren voordat het te donker wordt. Chris gooit de boot op volle snelheid en vraagt of we achterin willen gaan zitten, omdat we nu tegen de golven in gaan en het kan nog wel eens nat worden. Het is een behoorlijk pittig ritje maar iedereen vindt het best. Ook Emma geniet met volle teugen, een echte kleine waterrat. Onderweg komen we nogmaals dolfijnen tegen, een moeder met kalf deze keer, heel bijzonder om van zo dichtbij te zien. In het bijna volledig duister keren we terug naar de steiger, omringd door de vele lichtjes in de verte.

In het appartement maken we pannenkoeken met bosbessen als avondmaal en kruipen we om een uur of 22.00 afgepeigerd in bed. We hebben vandaag zo veel gedaan dat het voelt alsof we hier al een week zijn!

Hilton Head Island (deel 1)

Kaart van Hilton Head (klik voor grotere versie)De laatste dagen in Boiling Springs waren met 23 graden en bewolking wat aan de frisse kant, dus dankzij ons tripje naar Hilton Head, dat 236 mijl bij ons vandaan ligt naar het zuiden, kregen we de kans om nog wat zonnestraaltjes mee te pikken. Rob was donderdag al om 15.00 thuis en ik had alles ingepakt, dus niet veel later zaten we in de auto op weg naar de kust. Het was een flinke reis die ons langs dezelfde weg bracht als de trip naar Charleston eerder dit jaar. Onderweg zie je dan het landschap zoetjesaan tropischer worden, met de romantische witte eiken vol Spaans mos en palmbomen zo ver je kunt zien.

Hilton Head Island ligt niet zo gek ver van Savannah in Georgia  (ca 32 km) en het is een schoenvormig eiland voor de kust van South Carolina. Het totale oppervlak is ongeveer 144 km dus het is groot genoeg om er een aantal dagen te verblijven zonder je te vervelen. Het eiland staat dan ook vol met luxe resorts waar Amerikanen uit het hele land zich tijdens dure vakanties komen ontspannen. Echt rijke Amerikanen kopen hier een tweede huis en veel beroemdheden hebben ergens een stekje op een van de kleine prive-eilandjes die rondom Hilton Head liggen. Het officiele bevolkingscijfer is een dikke 33.000 maar dit zwelt tijdens de toeristische hoogtijdagen in de zomer aan tot ongeveer 275.000. De toeristen pompen jaarlijks ongeveer 1.5 miljard in de lokale economie. Big business!

Aan het strand bij het Sea Pines Resort.Als we donderdagavond om 20.00 bij de poort van het Sea Pines Resort aankomen, vragen we volgens de instructies van Daniel en Vicki om de pasjes voor ‘Addison’, de mensen in wiens appartement zij op dit moment verblijven. De bewaker aan de poort zegt echter geen pasjes te mogen uitdelen en stuurt ons naar het hoofdkantoor voor de Sea Pines Resorts elders op het eiland. Met behulp van zijn aanwijzingen vinden we dit kantoor, ondanks de duisternis en de soms vreemde verkeerssituaties. Ook het hoofdkantoor heeft geen pasjes voor ons en we bellen Daniel dan maar. Die komt even later naar ons toerijden met de beruchte pasjes op zak en verontschuldigingen dat men nergens pasjes wilde uitdelen. Al met al zijn we een stuk vroeger aangekomen dan gepland en zodoende zijn we nog op tijd voor het diner.

Daniel coacht ons naar de parkeerplaats van Sea Pines en dat ligt pal aan zee en strand. Vanuit het appartement, dat ongeveer zo groot is als ons appartement in Gent, kun je de zee zien. Tussen het appartement en de zee liggen verschillende zwembaden en whirlpools waar de gasten gebruik van mogen maken. Binnen wachten Vicki, Emma, en Holly, Chuck en Will op ons. Holly en Chuck zijn op dit moment aan het verhuizen naar Bluffton, dat net voor Hilton Head Island ligt. Chuck heeft zijn tandartsenpraktijk in Spartanburg verkocht en we zullen hen dus niet vaak meer zien. We ontmoeten ook Christa, hun Mexicaanse nanny die sinds kort bij hen inwoont om Holly te helpen met de opvoeding van Will, met name in de perioden dat haar MS dat bemoeilijkt.

Met z’n allen genieten we van Vicki’s haystacks en als Holly en Chuck kort na het eten vertrekken, wandelen we nog even naar het strand om in het donker te genieten van het maanlicht over de golven en de ontelbare sterren aan de hemel. Het is ons nu al duidelijk dat Hilton Head een paradijselijk oord is en we zijn erg benieuwd hoe het er bij daglicht uitziet.

Een weekend in Charleston (2)

De Pineapple fountain aan zeeOp zondag beginnen we de dag met een ontbijt in het hotel. Er zijn maar weinig mensen en de worstjes liggen waarschijnlijk al een tijdje te braden. De bagage gaat weer in de auto, we checken uit en rijden terug naar het centrum van Charleston. Deze keer zijn we een stuk vroeger en is parkeren geen probleem. Het belooft opnieuw een erg mooie dag te worden.

We wandelen via omwegen terug naar The Old Exchange and Provost Dungeon, waar we met open armen worden ontvangen. Het museum is niet al te groot maar wel snoezig. Het is wel grappig om te zien hoe de Amerikanen hun oude schatten omarmen, terwijl wij uit een land komen dat oneindig veel ouder is. Op dat moment moet je je realiseren dat Amerika relatief jong is en je echt op het oudste punt bent beland.

In de kerker van het museum begint een rondleiding met gids. De gids vertelt over de geschiedenis van de stad en met name van het gebouw waar we staan. Dit oude pandje was het handelscentrum van de stad en later heeft het dienst gedaan als gevangenis en hoofdkwartier van de Engelsen. Enige jaren geleden is het door de stad aan een stichting geschonken die er een museum van heeft gemaakt. Het had niet veel gescheeld of het was platgegooid om er een benzinestation neer te zetten.

Het logo van de Noisy OysterNa de toer strijken we neer bij de Noisy Oyster (‘de luidruchtige oester’) om een goede lunch te nuttigen. We kiezen allemaal voor een sandwich met een flink stuk gegrilde vis. Na zo’n gezond gerecht zondigen we door met z’n drieen een nagerecht te delen. Het wordt een ‘five layer chocolate cake’, dus een stuk chocoladetaart met vijf lagen. Het is een gigantisch ding, en zelfs met z’n drieen krijgen we het niet helemaal op.

Vlakbij de Noisy Oyster ligt een kraampje waar je kaartjes kunt kopen voor een rondrit door de stad per paardenkar. Omdat Chrétien een beetje slecht ter been is vandaag, lijkt dat een mooie manier om de stad te bezichtigen. We klimmen op de kar bij gids Lydia, die wordt getrokken door paard Rocky. Rocky is nogal onstuimig en heeft al meerdere auto’s, waaronder een politieauto, vernield. Hij staat niet zo graag stil en dat maakt hij graag duidelijk. De gids vertelt honderduit over de geschiedenis van de stad en ze weet bij ieder huis wel wat bijzondere feitjes.

Red Lobster… (niet lang meer)Na de zeer leuke rondrit besluiten we om richting de auto te lopen. Het is per slot van rekening nog wel een stukje rijden voordat we thuis zijn. De rit naar huis verloopt zonder bijzonderheden en het is ongeveer half zeven als we in Spartanburg de parkeerplaats bij de Red Lobster oprijden. We gaan eens bekijken of er hier wel plaats is.
We hebben geen van allen ooit kreeft gegeten, dus dit lijkt ons het juiste moment. Rob en ik houden het bij een kreeftenstaart, maar Chrétien gaat de uitdaging aan om een hele kreeft te eten. Dit wordt prachtig geserveerd, met de pootjes er nog aan. Chrétien heeft eigenlijk geen idee hoe je zo’n beest moet eten, en vraagt de ober om hulp. Deze jongen bekijkt het allemaal geamuseerd en laat zien hoe je een kreeft moet oppeuzelen. Je moet eerst de scharen kraken en leeghalen. Als Chrétien dit achter de rug heeft, vraagt hij de ober hoe hij nu verder moet. De ober haalt vervolgens een levende kreeft uit de tank en wijst aan welke delen allemaal eetbaar zijn. De kreeft spartelt een beetje, zich nog onbewust van het lot dat hem later deze avond te wachten staat. Het eten is een avontuur maar buiten dat vooral heerlijk! We zijn weer een ervaring rijker.

Een weekend in Charleston (1)

Op zaterdagochtend zitten we om half acht al gedoucht en wel aan het ontbijt. Met wat water en een snack voor onderweg beginnen we aan de lange rit van 210 mijl naar Charleston. Het is prachtig weer en met de nodige muziek rijden we lekker door naar de oostkust. Ik rij zelf tot een stukje voorbij Columbia en wissel dan met Rob, die ons rond de middag de parkeerplaats van het hotel oprijdt. De dame aan het loket vertelt ons dat we nog niet op onze kamer terecht kunnen, dus we rijden door naar het centrum van Charleston, dat nog ruim 8 mijl bij het hotel vandaan ligt.

De vlag van de rebellen in het zuidenCharleston is een populaire toeristische trekpleister, met name voor de Amerikanen zelf. Het is het kraambed van wat later de Amerikaanse beschaving zou worden. De Engelsen kwamen hier in de 17de eeuw aan land en begonnen te vechten met de Spanjaarden, die in Florida zaten. De Fransen in Louisiana gingen zich ook met de strijd bemoeien, die uiteindelijk door de Engelsen werd gewonnen. Koning Charles gaf zijn naam aan het plaatsje, dat vanaf dat moment bekend werd als ‘Charles Towne’. De koning wilde steeds meer belastingen innen en toen er in de haven (toen de belangrijkste handelsplaats) belasting op thee werd geeist, was de maat vol. De bewoners van Charles Towne kwamen hiertegen in opstand.

Het Engelse leger sloeg de opstand neer en bombardeerde meteen de halve stad. Uiteindelijk was dit niet voldoende om de rebelse bewoners van Charles Towne, en met hen de rest van het land, onder de duim te houden. South Carolina verklaarde zich als eerste staat onafhankelijk! Charles Towne werd omgedoopt naar Charleston en was de hoofdstad van de staat South Carolina. Slavenhandel, katoenplantages, rijst, tabak en thee brachten veel geld en dus rijkdom binnen en Charleston ontwikkelde zich snel als metropool van het zuiden.

Charleston tijdens de Burgeroorlog (klik voor een grotere versie)Ongeveer honderd jaar later werd Charleston nagenoeg volledig gebombardeerd in een bijna anderhalf jaar durend beleg. De reden hiervoor was dat de troepen uit het noorden (de ‘Yankees’) afzakten naar het zuiden om daar de rebellie de kop in te drukken en de welvaart weg te roven. Na een hevige strijd, beter bekend als de Civil War, moest het zuiden zich gewonnen geven. Een van de belangrijkste gevolgen was de afschaffing van de slavernij. Bovendien werd Columbia de nieuwe hoofdstad van South Carolina. Charleston was niet langer het middelpunt van de staat, en is zodoende sinds die tijd niet zo heel veel meer veranderd, waarmee de oude stijl grotendeels behouden is gebleven.

Als wij rond de middag een parkeerplaats zoeken in het centrum, blijkt pas hoe populair deze bestemming is. Alles staat helemaal vol en we rijden bijna een half uur in de drukte rond voordat we de auto uiteindelijk parkeren in de grote parkeergarage bij het Visitors Centre. Het mooie weer heeft duidelijk veel mensen gelokt! Omdat Rob hier al eens geweest is, weet hij de weg een beetje. In een van de drukte straten, Market Street, duiken we een zaakje binnen dat Tbonz heet. In dit leuk aangeklede restaurantje eten we een echte Amerikaanse lunch: hamburgers! Waar vroeger de overdekte markten waren waar vlees, vis en groenten verkocht werden, Gone With The Windis nu een leuke toeristische marktplaats waar je allerlei snuisterijen kunt kopen. Hoewel het duidelijk een toeristenval is, is het aanbod mooi en gevarieerd.

Vanaf de markt lopen we door naar de zee en we komen door het historische district. Hier staan schitterende oude huizen in Engelse stijl die meestal enkele honderden jaren oud zijn. Je kunt hier heerlijk wandelen en het doet wat Europees aan. Het voelt een beetje alsof je rondloopt in de film Gone With The Wind. Het kost niet zo veel moeite om je voor te stellen hoe Scarlett o’Hara en Rhett Butler ieder moment de hoek om kunnen komen in een hoepelrok en kostuum. We spenderen heel wat tijd in dit gebied en aan het water.

The Old Exchange and Provost DungeonIn de middag wandelen we terug in de richting van het museum The Old Exchange and Provost Dungeon. De laatste rondleiding gaat dan net van start en we besluiten om op zondag terug te komen zodat we op ons gemak kunnen rondkijken. Om die reden gaan we terug naar de auto en rijden naar het hotel, waar we inchecken. Het hotel lijkt enigszins op hetgeen dat we gisteren nog in de film No Country For Old Men hebben gezien, dus we stellen ons voor de dat seriemoordenaar elk moment kan opduiken… Op de parkeerplaats staan een paar echte kerels te barbecuen in de achterbak van hun pickup truck. Jammergenoeg worden we niet uitgenodigd.

We rijden naar een vestiging van Red Lobster, een restaurant dat bekend staat om zijn verse kreeft en andere lekkernijen uit de zee. Het is hier echter zo druk dat er buiten al een lange rij staat. We kiezen er dus voor ergens anders naar toe te rijden. Het is nogal donker op straat en natuurlijk is het een vreemde stad, dus de rit levert enkele bijzonder spannende momenten op. Uiteindelijk komen we bij een Chinees restaurant terecht dat Peking Gourmet heet. Het is duidelijk bedoeld als afhaalchinees, maar we kiezen ervoor om het toch ter plaatse te eten. De verkoopster is geamuseerd en voor een schijntje eten we ieder een heerlijk bordje gezond en geroerbakt Chinees eten. Een smakelijk eind aan een heerlijke dag.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag