Op zaterdagmorgen is het opnieuw een erg mooie ochtend die veel zon belooft voor de rest van de dag. We beginnen met een stevig ontbijt, want we hebben weer genoeg activiteit voor de boeg. Omdat we vandaag om 10.00 moeten uitchecken, besteden we ook nog wat tijd aan het opruimen van alle spullen en het inladen van de auto’s. Daarna kunnen we weer op pad met de fietsen, met een picniclunch op zak.
Deze ochtend rijden we naar het Sea Pines Nature Preserve, een natuurgebied waar we alligators gaan spotten. Al tijdens de fietstocht naar het preservaat toe zien we alligators in het water liggen en zelfs eentje op de oever van een stroompje water. Alligators houden erg van zon en gaan langs de kant van het water liggen zonnebaden, zoals ook het beestje dat wij hier tegenkomen. Gelukkig is het nog maar een jong exemplaar, maar desondanks is het nogal intimiderend om hem zien terwijl hij je duidelijk in het vizier heeft en zijn scherpe tanden in de zon laat schitteren.
We rijden verder het park in en parkeren de fietsen in een rek. Het mulle zand op de paden maakt het fietsen erg zwaar, dus we besluiten om te voet verder te gaan. Het park is een groene oase met verschillende meren zoals Lake Joe. Er zijn uitgezette paden waarvan we er een aantal lopen. Dit brengt ons langs de meren, waar we verschillende vogels (zoals een kolonie reigers) en schildpadden tegenkomen. Als je je een beetje rustig houdt, kun je veel verschillende dieren in hun natuurlijke omgeving zien. Uiteindelijk komen we in het park geen alligators meer tegen, maar we hebben een aantal goede foto’s kunnen maken van het beestje dat we eerder op de oever hebben zien liggen.
Na onze picniclunch rijden we terug naar het Sea Pines Resort en leveren we de fietsen weer in. Als we met Emma nog een keertje terug lopen naar het strand ‘om gedag te zeggen’, zien we dolfijnen zwemmen. Ze komen dus vrij dicht bij de kust! We zwaaien Daniel en Vicki uit en krijgen een dikke knuffel van Emma. Zij gaan terug naar huis terwijl wij nog even op het eiland blijven plakken. Het eerste dat we doen is de plaatselijke Starbucks opzoeken, want we hebben al een aantal dagen geen koffie meer gehad. De Pumpkin Spice Lattes smaken voortreffelijk. Ook de tank van de auto is dorstig en we gooien hem voor $3.79 per gallon vol. Omdat het al 15.00 is en we nog een dikke 3 uur moeten rijden tot Columbia, houden we het verder voor gezien. We slaan de tolweg deze keer echter over en nemen de lange route om van het eiland af te komen. Het is erg druk op de weg en veel mensen komen het laatste weekend van de zomer nog even genieten van het mooie weer op Hilton Head.
Met de vlam in de pijp scheurt Rob naar Columbia, waar we een kamer geboekt hebben in het Wingate Hotel aan Harbinger Boulevard. Het ligt in een druk gedeelte van de stad waar veel restaurants en winkels zijn. Het hotel zelf is comfortabel en netjes, zeker als je de zeer acceptabele prijs van 85 dollar per nacht in acht neemt. Omdat het etenstijd is als we aankomen, gaan we na het inchecken op zoek naar een restaurantje. We stappen in de auto en slaan op goed geluk een aantal wegen in. Helaas gokken we mis en komen we in een klein plaatsje terecht dat Irmo heet en waar verder geen fluit te doen is. We laten ons door de TomTom weer terug naar het hotel brengen en ontdekken dan een Mexicaans restaurantje dat naast het hotel ligt en waar we te voet naar toe kunnen. Bij Monterrey’s eten we heerlijke fajita’s die prima smaken na een lange dag.
’s Avonds ben ik blij als ik mijn bed zie. Lange, actieve dagen zijn ontzettend leuk maar ook een aanslag op je lijf als je zes maanden zwanger bent. De baby vermaakt zich tijdens onze minivakantie ook prima en laat zich vaak en duidelijk voelen. Hij kan de warme handen van papa heel goed herkennen en begint altijd blij te trappelen als hij Robs handen op mijn buik voelt.





Op zondag beginnen we de dag met een ontbijt in het hotel. Er zijn maar weinig mensen en de worstjes liggen waarschijnlijk al een tijdje te braden. De bagage gaat weer in de auto, we checken uit en rijden terug naar het centrum van Charleston. Deze keer zijn we een stuk vroeger en is parkeren geen probleem. Het belooft opnieuw een erg mooie dag te worden.
Na de toer strijken we neer bij de
Na de zeer leuke rondrit besluiten we om richting de auto te lopen. Het is per slot van rekening nog wel een stukje rijden voordat we thuis zijn. De rit naar huis verloopt zonder bijzonderheden en het is ongeveer half zeven als we in Spartanburg de parkeerplaats bij de Red Lobster oprijden. We gaan eens bekijken of er hier wel plaats is.
Charleston is een populaire toeristische trekpleister, met name voor de Amerikanen zelf. Het is het kraambed van wat later de Amerikaanse beschaving zou worden. De Engelsen kwamen hier in de 17de eeuw aan land en begonnen te vechten met de Spanjaarden, die in Florida zaten. De Fransen in Louisiana gingen zich ook met de strijd bemoeien, die uiteindelijk door de Engelsen werd gewonnen. Koning Charles gaf zijn naam aan het plaatsje, dat vanaf dat moment bekend werd als ‘Charles Towne’. De koning wilde steeds meer belastingen innen en toen er in de haven (toen de belangrijkste handelsplaats) belasting op thee werd geeist, was de maat vol. De bewoners van Charles Towne kwamen hiertegen in opstand.
is nu een leuke toeristische marktplaats waar je allerlei snuisterijen kunt kopen. Hoewel het duidelijk een toeristenval is, is het aanbod mooi en gevarieerd.
In de middag wandelen we terug in de richting van het museum The Old Exchange and Provost Dungeon. De laatste rondleiding gaat dan net van start en we besluiten om op zondag terug te komen zodat we op ons gemak kunnen rondkijken. Om die reden gaan we terug naar de auto en rijden naar het hotel, waar we inchecken. Het hotel lijkt enigszins op hetgeen dat we gisteren nog in de film No Country For Old Men hebben gezien, dus we stellen ons voor de dat seriemoordenaar elk moment kan opduiken… Op de parkeerplaats staan een paar echte kerels te barbecuen in de achterbak van hun pickup truck. Jammergenoeg worden we niet uitgenodigd.