Jekyll Island

We beginnen op zaterdag 19 april al vroeg aan de dag, nog voor 7.00. Snel een bak koffie, ontbijten, de camper loskoppelen van water en stroom en zo snel mogelijk op weg naar Jekyll Island, een schiereilandje voor de kust van Georgia. Het is zo’n 80 mijl rijden en bij Brunswick, dat op de route ligt, halen we wat boodschappen en gooit Jos de tank van de camper vol. Er gaat maar liefst voor 98 dollar aan benzine in!

De Brunswick BridgeWe vervolgen de weg en om Jekyll Island op te komen moet je een enorme brug over. Het is een zeer indrukwekkende constructie. We draaien het eiland op en worden begroet door tropische flora en fauna. Parkeren op het eiland kost 3 dollar en dat geld komt ten goede aan natuurbehoud. De camping ligt aan de andere kant van het eiland, dat zo’n 12 kilometer lang is. Bij het campingkantoor blijkt dat je in het weekend minimaal 2 nachten moet boeken, dus dat betekent dat mam en Jos hun plannen wat moeten aanpassen, omdat ze in hun planning maar een nacht op Jekyll Island voorzien hadden.

We lunchen met croissants en kaneelbroodjes en bekijken de camping. We hebben weer een vuurkorf en picknicktafel tot onze beschikking, dus vanavond kunnen we buiten eten en weer een kampvuur maken. Het is tijd voor wat activiteit en bij het campingkantoor huren we vier fietsen voor 3 dollar per uur. De fietsen zijn wat anders van vorm dan we gewend zijn maar na een paar meter merk je daar niet zo veel meer van. Vier uur lang rijden we over de mooi aangelegde paden en door de bossen. Het landschap is bijzonder afwisselend: het ene moment waan je je in een tropisch regenwoud, dan ben je tussen de duinen en aan zee of rij je tussen een kleine maar adembenemende woonwijk door. Het stikt van de vogels en andere beestjes en de camera’s maken overuren.

Het is ontzettend grappig om te zien hoe automobilisten reageren op fietsers. Ze remmen eerst enorm af en rijden er vervolgens met een grote boog omheen. Als we de fietsen rond 17.00 weer inleveren rekenen ze ons maar 24 dollar aan. Tellen is duidelijk niet hun sterkste kant en als echte Hollanders zeggen we er natuurlijk niets van. We kopen alvast wat Dode bomen op het witte strandblokken hout om vanavond een kampvuur te maken.

Een stukje voor de ingang van het kampeerterrein ligt een restaurant waar mam en Jos ons trakteren op ‘een laatste avondmaal’. Morgen rijden we immers terug naar Boiling Springs, terwijl zij nog een poos blijven rondtrekken. Het is echt zuiders eten en we maken kennis met de grote hoeveelheden kaas die Amerikanen over hun eten gooien. De broccoli verzuipt erin! We knabbelen tevreden van al het lekkers en rijden daarna terug naar de camping.

Terwijl mam en ik koffie zetten, maken Rob en Jos het vuur aan. Althans, dat proberen ze. Als de koffie op is, blijkt het vuur niet aan te slaan. Op dat moment gaan de buren weg en wij mogen hun vuur gebruiken, dat wel brandt. We zetten de stoelen verderop neer en genieten de rest van de avond van een glaasje wijn rond het vuur.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s