Lang leve maaltijdcheques!

Een zeer handig papiertje!In Belgie bestaat iets erg handigs dat we in Nederland niet kennen: maaltijdcheques. Deze cheques zijn in te wisselen tegen voedingsmiddelen en krijg je meestal als een extra aanvulling op je salaris. Ik kreeg ze toen ik nog bij Luminus werkte en tegenwoordig ontvangt Rob ze ook van zijn werkgever. Het idee is dat er per cheque 1.09 van je brutosalaris wordt ingehouden en dat je voor elke gewerkte dag vervolgens een cheque ontvangt met een waarde die varieert tussen 2.50 en 6.00 (netto).

Nu we afgelopen week weer even in Belgie waren, lagen er drie maanden aan maaltijdcheques voor Rob klaar. Die hebben we goed besteed aan boodschappen voor een aantal dagen, maar vooral aan enkele broodnodige zaken die we in Amerika niet kunnen vinden: goede koffie en goede chocola.

Terwijl Rob aan het werk was, ben ik een paar keer naar de supermarkt gelopen om daar flink wat koffie en Cote d’Or in te slaan. De mensen achter mij zullen wel gedacht hebben dat we een zeer vreemd dieet volgen, maar dat deert ons niets. Wij kunnen voorlopig weer fatsoenlijke koffie drinken!

Visa!

Op woensdag reizen we naar Brussel om onze visa op te halen. We kennen inmiddels de weg naar de Amerikaanse ambassade en rond 11.45 zijn we ter plaatse. Ook nu weer staan er verschillende militairen die je moet passeren om binnen te komen. Gelukkig zijn de voorzorgsmaatregelen deze keer veel minder streng. Er worden geen namen op lijsten gecontroleerd, er wordt niet naar explosieven gezocht en je hoeft niet onder de metaaldetector door. Wel mag je maar met een persoon tegelijk naar binnen, wat er in ons geval op neerkomt dat Rob onze paspoorten gaat ophalen. Het is eigenlijk verrassend dat je op vertoon van een simpel strookje papier met een nummer erop een paspoort meekrijgt zonder dat er enige controle plaatsvindt of je wel de eigenaar van het betreffende paspoort bent. Maar, dat gezegd hebbende, we hebben nu allebei een prachtige sticker in ons paspoort die ons tot januari 2010 ongelimiteerd toegang geeft tot de VS! Dat maakt het leven bij de douaneposten in Atlanta in ieder geval een stuk eenvoudiger.

Het Atomium ligt naast Mini Europe.Nu we vandaag toch in Brussel zijn is het een beetje zonde om daar niets mee te doen. Toen we ons treinkaartje bij het loket in Gent kochten, hebben we dan ook gekozen voor een dagtrip naar Mini-Europe dat in het Bruparck ligt. Voor iedereen die nog eens goedkoop een tripje wil maken, kunnen we de dagtrips van de NMBS warm aanbevelen. Voor 20 euro per persoon hebben we een retour naar Brussel gekocht, binnen Brussel de metro naar station Heizel en de toegang tot Mini-Europe dat ook 12,90 p.p. bedraagt. Al met al spaar je samen 20 euro uit, toch de moeite. En van dat bedrag kun je dan bijvoorbeeld aan het eind van je tripje een veel te dure foto kopen die bij binnenkomst gemaakt is. 🙂

Wie wel eens in Madurodam geweest is, kent meteen het principe van Mini-Europe. In het park staan vele miniaturen van bekende en historisch belangrijke gebouwen in Europa. Deze zijn gemaakt op een schaal 1:25, behalve de replica van de Vesuvius die 1:1000 is. In enkele uurtjes wandel je van een Deens Viking-dorp naar de Franse Arc de Triomphe gevolgd door het astronomisch uurwerk op het stadhuis van Praag. Je kunt er bovendien luisteren naar de volksliederen van elk land, dus we horen regelmatig het Wilhelmus en de Brabanconne uit de luidsprekers schallen.
Als we Mini-Europe gezien hebben, nemen we de metro terug naar het centraal station en lopen in die omgeving nog wat rond. Je kunt eigenlijk niet in Brussel komen en dan de imposante Grand’Place overslaan, ook al hebben we die net nog op schaal in Mini-Europe gezien.

Olijven.Terug in Gent reizen we naar station Dampoort en vanaf daar gaan we op zoek naar de St. Jakobsnieuwstraat en meer specifiek de Griekse Snack die hier ergens ligt. We hebben er afgesproken met Kurt en Aster, die hier al jaren vaste klant zijn. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is het geen klassieke cafetaria voor een vette hap, maar een eenvoudig restaurantje waar je voor weinig geld heerlijk kunt eten. Als je niet met een paar echte Gentenaren op pad gaat, zul je dat soort leuke restaurantjes waarschijnlijk nooit ontdekken. Na het eten rijden we met ze mee naar St. Amandsberg om de gezellige avond nog wat voort te zetten. Ik heb het hen al vaker gezegd, maar ik wil toch nog graag eens benadrukken dat ze meer dan welkom zijn om ons te bezoeken in South Carolina, zodat we hen daar kunnen trakteren op wat echt Amerikaanse cultuur. 🙂

Aanrijding in Moscou

Vlak voordat we naar de USA vertrokken zagen we in de bioscoop een trailer voor de film Aanrijding in Moscou. Wie wel eens in Gent komt weet dat tramlijn 4 naar Moscou rijdt, een wijk in deze stad. Moscou ligt in stadsdeel Ledeberg, en daar kijken we vanuit ons appartement precies tegenaan. We vonden het dus jammer dat we deze film moesten missen, vooral omdat hij is opgenomen in een voor ons erg bekend gebied.

Toen we afgelopen vrijdag in Gent aankwamen en langs de bioscoop liepen hebben we een programma meegenomen en wat schetst onze verbazing: Aanrijding in Moscou draait nog steeds vier keer per dag! Zodoende hebben we maandagavond, bij gebrek aan goede televisie, kaartjes gekocht voor deze film. En wij niet alleen, want de grote zaal waarin hij draaide zat flink vol.

Het verhaal is als volgt: Matty is een moeder van drie kinderen. Ze werkt bij De Post en woont op een klein flatje in de troosteloze hoogbouw die Ledeberg rijk is. Een kleine 6 maanden geleden heeft haar man Werner haar tijdelijk verlaten voor een van de studentes die hij tekenles geeft. De teleurgestelde Matty wacht braaf tot Werner over zijn midlifecrisis heen is en weer thuis komt. Als ze op een dag boodschappen doet rijdt Matty tegen de vrachtwagen van Johnny aan. Dat mondt uit in een fikse woordenwisseling, waarbij Matty’s opmerkingen een gevoelige snaar raken bij de meer dan 10 jaar jongere vrachtwagenchauffeur. Hij zoekt haar telefoonnummer op via het politierapport dat wordt opgesteld en al snel is hij kind aan huis. Het kost Matty veel moeite om zich over het leeftijdverschil heen te zetten en bovendien hebben ze beide de nodige deuken opgelopen in het leven. Werner kan zijn jaloezie niet onder stoelen of banken steken, waardoor Matty geen raad meer met de situatie weet.

Zoals we van de Belgen gewend zijn, is ook deze film een zeer warm portret van ‘echte’ mensen. In tegenstelling tot romantische komedies uit Hollywood heeft iedereen in deze film zijn gebreken en is niets zwart of wit. Echte liefde bloeit ook zonder dat daar overdadige weelde aan te pas hoeft te komen. Neem daarbij het charmante Gentse dialect dat in de film gesproken wordt en de voor ons zeer herkenbare lokaties en je hebt een zeer genietbaar avondje uit.

Viva visa!

(Op zondagavond 6 april zijn we weer in de VS aangekomen. Vorige week hadden we weliswaar geen internet, maar heb ik wel een aantal blog entries geschreven, die bij deze alsnog geplaatst worden. Op basis van die informatie kun je bijvoorbeeld bedenken of je ook de moeite wilt nemen een visum voor de VS aan te vragen…)

Een ritje naar het vliegveld kost al snel 70 dollar.Woensdagmiddag (26 maart) worden we opgehaald door een praatgrage chauffeur van Checker Cabs. Hij vertelt volop terwijl we naar het vliegveld van Greenville rijden, over het kleine plaatsje waar hij zelf woont en over een rijke klant die hij elke week haalt en brengt. Deze klant is een consultant uit Florida die bij Milliken werkt en van zijn salaris over de hele wereld al 4 huizen kan betalen en die momenteel op zoek is naar een huis is de buurt van Spartanburg. Dat lijkt me dus een mooi beroep: consultant…

Op het vliegveld zelf is niet veel te doen. We checken in, lunchen in het restaurantje, klagen over de slechte internetverbinding en vliegen dan naar Atlanta. Ook hier is weinig nieuws onder de zon. We nemen een koffie bij Starbucks en wachten met een tijdschriftje bij de gate. Het vliegtuig is op tijd en dankzij de forse rugwind zijn we maar liefst 40 minuten te vroeg in Brussel, dus al voor 7 uur ’s morgens. Met een taxi komen we uiteindelijk aan in Gent, waar ons appartementje nog steeds ligt. Wonderwel zijn niet eens alle planten dood, zodat er in ieder geval nog iets leeft in huis.

We zetten eerst alle kranen open om eventueel salmonella en legionella uit de buizen te spoelen. Dit moeten we later bekopen met een koude douche! We zoeken alle benodigde papieren bij elkaar voor ons bezoek aan de ambassade en reizen dan terug naar Brussel. De secretaresse van Milliken heeft hier een hotelkamer voor ons geboekt zodat we vrijdagochtend op tijd bij de ambassade kunnen zijn. We moeten ons daar al om 8.20 melden!

We verblijven een nachtje in het Crowne Plaza.Vanaf het Centraal Station in Brussel is het een klein wandelingetje naar het hotel. Al zoekende komen we ook langs de Amerikaanse ambassade, dus die weten we voor de volgende ochtend alvast te vinden. Het hotel ligt een stukje verder en aangezien we in het Europese kwartier zitten, dat vol staat met gebouwen van de Europese Unie en tal van ambassades, is het hotel natuurlijk erg sjiek en het zit er vol met dure types.

In de buurt is verder weinig te doen, dus we dineren in het restaurant van het hotel. We houdenEen slechte fles Saint Emilion bestaat gewoon niet. het simpel met gegrilde zalm op spinazie, een heerlijk gerecht en ondanks zijn eenvoud veel verfijnder dan alles wat we de afgelopen maanden in de VS hebben gegeten. Bij het eten nemen we een glaasje Saint-Emilion, wat ons betreft de lekkerste Franse wijn die je kunt vinden (en uiteraard onvindbaar in het zuiden van Amerika).

Vrijdagochtend is een ervaring op zich. We melden ons bij de ambassade, die aan voor- en achterkant afgezet is met prikkeldraadbarrieres en militairen. Hoewel het er erg ongastvrij uitziet, zijn de militairen in kwestie zeer vriendelijk. We moeten samen met een aantal andere mensen buiten wachten tot we toestemming krijgen om naar binnen te gaan. Eerst moet je een papiertje tussen je handen wrijven om te zien of je de afgelopen dagen nog in contact bent geweest met explosieven. Daarna mag je, een voor een, de ambassade binnen. Hier moet je eerst door de metaaldetector en wordt alles dat je bij je hebt onderzocht. Natuurlijk gaat het poortje af als ik er onderdoor ga. Dit gebeurt vrijwel altijd, want beugelbhs en metaaldetectors zijn geen goede vrienden van elkaar.

Als zowel ik als Rob helemaal zijn goedgekeurd, mogen we doorlopen naar de rij voor het loket. Er was maar een persoon voor ons, dus het duurt niet al te lang voor we aan de beurt zijn. De beambte kijkt al onze papieren zorgvuldig door, niet documenten aaneen, maakt kopieen en als hij alles bekeken heeft zegt hij dat het er ‘perfect’ uitziet. Even later worden we teruggeroepen naar het loket en worden onze vingerafdrukken (van alle vingers!) genomen. Voor de tweede keer nemen we plaats in de wachtruimte. We kunnen nu toekijken hoe andere mensen zich voorbereid hebben op de aanvraag van hun visum. Vooral (het bewijs van) betaling van 94 euro p.p. aan de ambassade voor administratiekosten schijnt een groot struikelblok te zijn. Sommigen mensen denken aan een paspoort en een vriendelijke lach genoeg te hebben.

Even na half tien meldt de consul zich. Hij zal iedereen beurtelings bij zich roepen en het proces voltooien. We zijn als derde aan de beurt en hij begint met het controleren van onze vingerafdrukken. Dat komt me wat vreemd voor, want ik zou niet weten hoe we in de tussentijd aan andere vingerafdrukken hadden moeten komen. Maar goed. De man is verder vriendelijk en als hij de naam Milliken ziet, is de buit binnen. Hij is zelf opgegroeid in South Carolina en hij kent onze Niet te vinden in de VS en daarom thuis extra lekker!woonplaats Boiling Springs. Twee stempels later staan we weer buiten en vanaf aanstaande dinsdag liggen onze paspoorten, MET visum, klaar bij de ambassade. Hoera!

We nemen de trein terug naar Gent, halen een broodje bij de sandwichbar bij ons om de hoek en genieten van echt vers brood, iets wat je in Amerika nergens kunt vinden. We hebben al besloten om een broodmachine te kopen als we weer terug zijn in Boiling Springs. Bij chocoladewinkeltje Sessibon halen we een doosje pralines voor de secretaresse bij Milliken, die ook het nodige werk voor ons heeft gedaan, en het komende jaar zal blijven doen. Dat is wel een bonbonnetje waard, dachten we zo. Rob neemt vervolgens de tram naar kantoor en ikzelf zal mijn best doen om ons appartementje op te frissen voor het bezoek dat we dit weekend krijgen. Onze ouders komen een dagje om ons een knuffel te geven voordat we voor langere tijd de grote plas oversteken.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag