Een beetje cultuur

Om ons rodeo-uitje van afgelopen vrijdag een beetje te compenseren, zijn we zondag naar het Greenville County Museum of Art geweest. Het was buiten toch veel te warm, dus een beetje rondlopen in een ruimte met airco leek ons zeer aantrekkelijk. We waren ook benieuwd of dit een ‘echt’ museum was, in tegenstelling tot het Chapman Cultural Center waar we vorig weekend geweest zijn.

Een werk van William H. Johnson.Welnu, hoewel het museum nog steeds niet verschrikkelijk groot was, leek het al veel meer op een samenhangend geheel. Het gebouw was ruim en op elke verdieping werd gewerkt rond een bepaald thema. Het meest indrukwekkend waren de tentoonstellingen van Jasper Johns, Andrew Wyath en mijn persoonlijke favoriet William H. Johnson. Deze laatste schilder was afkomstig uit Florence in South Carolina en er hingen behoorlijk wat werken uit zijn oeuvre. Daardoor kon je goed zien welke ontwikkeling hij als kunstenaar heeft doorgemaakt en hoe zijn stijl beinvloed is door bijvoorbeeld Vincent van Gogh. Ook zijn levensverhaal lijkt op dat van Vincent, want de beste man heeft de laatste 22 jaar van zijn leven in een gesticht doorgebracht nadat hij compleet was doorgedraaid.

IJs van Mable Slab.Na een kleine anderhalf uur in het museum zijn we een klein stukje doorgereden naar Main Street, een knusse straat met wat terrasjes en winkeltjes, omgeven door veel groen zodat je ondanks het bloedhete weer (36 graden vandaag) toch een beetje beschut bent. Bij een vestiging van Marble Slab hebben we een verfrissende smoothie besteld en ons verwonderd over de werkwijze van deze ijssalon. Je kunt er allerlei soorten ijs bestellen en er vervolgens talloze extra’s in doen: chocolade, nootjes, fruit in alle soorten en maten. Op een stuk marmer worden deze extra’s vervolgens door je ijs gemengd voordat het in je hoorntje wordt geschept. Een bijzondere werkwijze waar het bedrijf ook zijn naam aan te danken heeft. Het zag er lekker uit en dat vinden meer mensen, want er stond een flinke rij te wachten.

Tussen kunst en kitsch

Een van de gebouwen van het Chapman Cultural Center.Vandaag zijn we eens een kijkje gaan nemen in het Chapman Cultural Center in Spartanburg. Dit nog zeer jonge culturele centrum, dat nog maar een goed jaar in gebruik is, herbergt diverse kunstvormen waar je actief of passief aan kunt deelnemen. Er worden voorstellingen gegeven, je kunt er deelnemen aan workshops en er zijn drie kleine musea gevestigd. Deze musea hebben we vandaag bezocht.

Het Art Museum heeft een aantal schilderijen in bruikleen, meestal met een thema. Op dit moment is het thema ‘dieren’ en zijn er enkele tientallen schilderijen van Amerikaanse schilders te zien. De dieren in kwestie zijn beesten die typisch zijn voor Noord-Amerika. De werken zijn allemaal zeer figuratief, soms zelf fotorealistisch, en er zitten verschillende erg mooie werken tussen.

Op de tweede verdieping ligt het Spartanburg Historic Museum, dat ons wat meer vertelt over de geschienis van de stad en de county. Men heeft er wat oude voorwerpen van door de eeuwen heen, meestal geschonken door lokale bewoners, die een beeld schetsen van Spartanburg en hoe de plaats zich de afgelopen jaren ontwikkeld heeft. We leren hier iets meer over de indianen die vroeger in dit gebied zaten en vooral over diverse legers die veel invloed hebben gehad omdat ze hier gestationeerd waren. De informatie is wat fragmentarisch, hoewel men geprobeerd heeft om met het weinige materiaal toch een leuk en interactief museumpje te maken.

In een tweede gebouw ligt tenslotte het Science Museum. Dit bestaat uit vier zaaltjes met elk een ander thema: natuurhistorisch, biologie, natuurkunde en levende dieren. Het zijn maar kleine zaaltjes, dus je bent er snel door heen. Gelukkig mogen we vandaag gratis naar binnen (dat wisten we van tevoren ook niet) dus we hebben elk 10 dollar uitgespaard. Hartstikke mooi!

Drive-in restaurant The Beacon.Na al deze cultuur (want het is het eerste museum dat we in lange tijd gezien hebben) dompelen we ons onder in iets heel anders. We zijn er al vaak genoeg langs gekomen maar nooit binnen geweest: drive-in restaurant The Beacon (Het Baken), een begrip in de wijde omtrek. Geen enkele presidentskandidaat slaat deze lokatie over. Wie het heeft over het vette eten uit het Zuiden, vindt bij The Beacon precies wat hij zoekt. Al op de parkeerplaats van het smoezelige pand zien we dat het niet veel goeds (of gezonds) kan zijn.

Zeer dikke Amerikanen hijsen zich uit auto’s die, als ik de nummerplaten mag geloven, uit heel het land komen. Binnen lijkt het nog het meest op een zeer plakkerige kantine die niet vaak wordt schoongemaakt. De rij voor de keuken is lang en de geur van frituurvet hangt als een vieze deken over je heen. We besluiten het bij twee drankjes te houden en vergapen ons aan de ontstellende borden vol stapels vet en supervet eten die een voor een voorbij komen. The Beacon is zeer trots op zijn reputatie en de mensen komen er in drommen naar toe, maar ik geloof nooit dat je erg oud wordt als je er vaak gaat eten.

Transatlantisch songfestival kijken

De blog blijft nog even in songfestivalsferen, want vandaag hebben we naar de tweede halve finale kunnen kijken. Terwijl Rob in Gent voor de buis zat, keek ik zelf via internet en hebben we via de telefoon kunnen discussieren over wat er te zien was. Het niveau lag gelukkig een stuk hoger dan bij de eerste halve finale, dat was iets waar we het samen snel over eens waren.

Dima Bilan… daar zakt onze broek van af.Omdat Nederland niet meedeed, noch een ander land dat onze specifieke voorkeur kan wegdragen, was het makkelijk om objectief te oordelen over het aanbod. Op Litouwen na zaten alle kermisacts blijkbaar in de eerste halve finale en het aantal mensen dat vals zong lag ook een heel stuk lager. De landen die van ons een redelijke score kregen, gingen uiteindelijk ook door naar de finale. Alleen Malta bleef hangen, en dat vind ik een beetje vreemd want die had ik, samen met Turkije, de hoogste score gegeven.

Nu alle finalisten bekend zijn, kunnen we gaan speculeren wie er met de eindoverwinning naar huis gaat. Rusland wordt overduidelijk erg opgehemeld, maar zowel Rob als ikzelf vonden de prestatie van Dima Bilan hemeltergend. Als het aan ons ligt, is het songfestival volgend jaar niet in Moskou. Wat ons betreft mag Finland of Turkije er met de winst vandoor, hoewel die kans ook niet groot is aangezien het allebei onvervalste rocknummers zijn.

Charlotte Perrelli won in 1998 ook al voor Zweden.Behalve Rusland worden ook Zweden en gastland Servie getipt voor de winst. Dat zou betekenen dat de eindrace gaat tussen een over het paard getilde Rus, een opgeprikte Zweedse barbiepop en een zeer klassieke inzending van Servie. Als dat geen interessante strijd wordt, weet ik het ook niet meer. Hoe dan ook, er zit maar een ding op om er achter te komen en dat is zaterdag naar de ontknoping te kijken. Wordt ongetwijfeld vervolgd!

Volgend jaar beter…

Gisteren heb ik met de nodige verbijstering naar de eerste halve finale van het Eurovisie songfestival gekeken. De livestream was verrassend strak en helder, dus ik heb alles zonder hikjes of stotterende beelden kunnen volgen. Ook het geluid was prima, dus mijn mening over de deelnemende liedjes is alvast niet gekleurd door een povere geluidskwaliteit. Maar ja, dan waren er nog 19 deelnemende nummers en daarover valt wel weer het nodige te zeggen.

Tot enkele jaren geleden was deelnemen aan het songfestival vrij eenvoudig. Je stuurde ofwel een ballad, ofwel een stampend dansnummer en hoopte dat jouw inzending het kaf was dat boven het koren uitstak. In 2002 won ineens een dame uit Letland die een verkleedact opvoerde, wat erin geresulteerd heeft dat er sindsdien elk jaar talloze garderobewissels plaatsvinden. De Oekraiense Ruslana bracht in 2004 een woeste dansact met veel etnische invloeden uit haar cultuur en haalde daarmee glansrijk de overwinning binnen. Het jaar daarop had nagenoeg elke deelnemer wel iets van de eigen cultuur in zijn nummer verwerkt.

De camp en kitschfactor van het songfestival groeit sowieso elk jaar, net als het aantal deelnemers trouwens (wie was er nog meer verbaasd om te ontdekken dat Azerbeidzjan in Europa ligt?), maar de laatste jaren gaat het wel heel snel. Wie zich het gekst gedraagt, springt er het meest bovenuit, zo lijkt de gedachtengang. De Oost-Europese landen zijn met name erg bedreven in dit soort bedenkelijke kunsten. Toch waren het de Finse monsters van Lordi die met hun Hardrock Hallelujah in 2006 de winst pakten.

Uiteraard vierden rocknummers in het jaar 2007 hoogtij, want goed voorbeeld doet goed volgen. Maar het winnende nummer was een hele eenvoudige inzending uit Servie, een mooie ballad in het Servisch en zonder opsmuk. Tussen het vele hardrockgeweld, leer en amusante rock-kapsels bleef zij uiteindelijk overeind. Dit jaar is men helemaal het spoor bijster. De gouden regel voor een winnend songfestivalnummer bestaat niet meer. Een ballad? Een dansnummer? Hardrock? Iets puur en etnisch? Of gewoon helemaal over-the-top? Het lijkt erop dat de meeste deelnemers kiezen voor een combinatie van al het voorgaande. Het is moeilijk te zeggen welk nummer uit deze brij de finish gaat halen. Maar, zoals ik gisteren al zei, Hind is het niet want zij sneuvelde inderdaad in de halve finale. Jammer meid, volgend jaar beter!

Hup Hind!

Met het vooruitzicht op onweer en bliksem in de middag ben ik vanmorgen alvast naar Wal-Mart gereden voor een paar boodschappen. In de winkel ging elke minuut het brandalarm af, wat gevolgd werd door een mededeling dat het niet nodig was om in paniek te zaak uit te rennen. Het alarm had een ‘klein mankement’ dat verholpen moest worden. Het schrille geluid ging door merg en been en ik was nog maar weer eens blij dat ik niet bij Wal-Mart werk.

Een feest van camp en kitsch!Dat ik op tijd boodschappen ben gaan doen, had ook nog een tweede reden: vanavond, en bij ons dus vanmiddag, wordt de eerste halve finale van het Eurovisie Songfestival uitgezonden. Hoera voor het internet, want nu kan ik het hele evenement live en online bekijken! Namens Nederland doet zangeres Hind mee, een zeer sympathieke dame die volgens de polls geen hoge ogen gaat gooien met haar liedje ‘Your Heart Belongs To Me’. Wat dat betreft weinig nieuws onder de zon, want Nederland presteert al jaren bedroevend slecht.

Het songfestival is natuurlijk al lang geen liedjeswedstrijd meer, maar meer een soort politiek carnaval. Elk jaar worden de inzendingen maffer, in de hoop op die manier boven de andere deelnemers uit te steken. En dat is een hele kunst, want het aantal deelnemers groeit ieder jaar. Dit jaar zijn het er zelfs zo veel dat er twee halve finales zijn waaruit een aantal deelnemers geselecteerd worden om door te stromen naar de grote finale op 24 mei. Leuk voor de liefhebbers, maar wie geen fan is zal deze week drie keer naar de videotheek moeten om daar een goede film te huren.

Hind.Dit jaar zal voor het eerst sinds jaren de stemming niet alleen meer via televoting bepaald worden, maar ook de vakjury krijgt weer iets te zeggen. Een steeds terugkerende klacht is namelijk dat er te veel vriendjespolitiek bedreven wordt, wat landen met weinig vriendjes bij voorbaat kansloos maakt. De formule voor een succesvol Eurovisie lied blijft vooralsnog een mysterie: hoewel je met televoting een heel eind kunt komen, is het geen garantie voor winst. Vorig jaar won Servie met een doodgewoon mooi liedje en het jaar daarvoor won Finland met de monsteract Lordi. Wordt het dit jaar dus een fraaie chanson of de idiote kalkoen die Ierland stuurt? Een ding is zeker: Hind wordt het alvast niet. Maar dat neemt niet weg dat ik vanmiddag toch lekker ga kijken naar alle kitsch en camp die weer op ons afgevuurd wordt.

Cinco de Mayo

Cinco de Mayo felicitatie.Terwijl in Nederland op 5 mei Bevrijdingsdag wordt gevierd, is er in de VS op die dag aandacht voor Cinco de Mayo (Spaans voor 5 mei). In Mexico is dit een officiele feestdag en omdat er veel Mexicanen in de VS wonen (en natuurlijk Amerikanen van Mexicaanse afkomst) krijgt deze feestdag ook hier de nodige aandacht.

Cinco de Mayo herdenkt een belangrijke overwinning van het Mexicaanse leger op de Fransen in de slag om Puebla. Buiten Mexico heeft de dag een veel algemenere betekenis, namelijk een ode aan de Mexicaanse cultuur en geschiedenis. Hoewel het in de VS geen nationale vrije dag is, wordt er op scholen veel aandacht aan besteed. Het is een handige manier om kinderen wat cultuur en historisch besef bij te brengen.

Binnen de VS bestaat op eenzelfde manier aandacht voor St. Patrick’s Day (Iers), het Chinees Nieuwjaar en de Duitse Oktoberfesten. Een leuke Nederlandse viering die ze hier zouden kunnen overnemen lijkt me Sinterklaas. Het is een feest voor jong en oud en de middenstand heeft weer een reden om een uitverkoop te houden. Misschien moet ik de mensen in Boiling Springs er warm voor maken door een keer kruidnootjes te bakken?

Aanrijding in Moscou

Vlak voordat we naar de USA vertrokken zagen we in de bioscoop een trailer voor de film Aanrijding in Moscou. Wie wel eens in Gent komt weet dat tramlijn 4 naar Moscou rijdt, een wijk in deze stad. Moscou ligt in stadsdeel Ledeberg, en daar kijken we vanuit ons appartement precies tegenaan. We vonden het dus jammer dat we deze film moesten missen, vooral omdat hij is opgenomen in een voor ons erg bekend gebied.

Toen we afgelopen vrijdag in Gent aankwamen en langs de bioscoop liepen hebben we een programma meegenomen en wat schetst onze verbazing: Aanrijding in Moscou draait nog steeds vier keer per dag! Zodoende hebben we maandagavond, bij gebrek aan goede televisie, kaartjes gekocht voor deze film. En wij niet alleen, want de grote zaal waarin hij draaide zat flink vol.

Het verhaal is als volgt: Matty is een moeder van drie kinderen. Ze werkt bij De Post en woont op een klein flatje in de troosteloze hoogbouw die Ledeberg rijk is. Een kleine 6 maanden geleden heeft haar man Werner haar tijdelijk verlaten voor een van de studentes die hij tekenles geeft. De teleurgestelde Matty wacht braaf tot Werner over zijn midlifecrisis heen is en weer thuis komt. Als ze op een dag boodschappen doet rijdt Matty tegen de vrachtwagen van Johnny aan. Dat mondt uit in een fikse woordenwisseling, waarbij Matty’s opmerkingen een gevoelige snaar raken bij de meer dan 10 jaar jongere vrachtwagenchauffeur. Hij zoekt haar telefoonnummer op via het politierapport dat wordt opgesteld en al snel is hij kind aan huis. Het kost Matty veel moeite om zich over het leeftijdverschil heen te zetten en bovendien hebben ze beide de nodige deuken opgelopen in het leven. Werner kan zijn jaloezie niet onder stoelen of banken steken, waardoor Matty geen raad meer met de situatie weet.

Zoals we van de Belgen gewend zijn, is ook deze film een zeer warm portret van ‘echte’ mensen. In tegenstelling tot romantische komedies uit Hollywood heeft iedereen in deze film zijn gebreken en is niets zwart of wit. Echte liefde bloeit ook zonder dat daar overdadige weelde aan te pas hoeft te komen. Neem daarbij het charmante Gentse dialect dat in de film gesproken wordt en de voor ons zeer herkenbare lokaties en je hebt een zeer genietbaar avondje uit.

Kunst- en vliegwerk

Dit bericht is goedgekeurd door TNO.Nu ik weet dat Chretien er mee kan lachen, durf ik wel een stukje te schrijven over het volgende. Toen hij onlangs bij ons op vakantie was, stuitte hij in het winkelcentrum op Bed, Bath & Beyond. Nu heb ik wel eens vaker gezegd dat we zelf veel bij BB&B hebben gekocht, toen we nog bezig waren met het inrichten van ‘ons’ huis. Ook Chretien vond hier een aantal dingen die hem wel konden bekoren, en dan met name een wanddecoratie die wel geinspireerd leek op een werk van Kandinsky. Het werk, getiteld ‘Spontaniteit’, leek hem wel wat voor de slaapkamer.

Natuurlijk was het ding vrij groot en lastig om mee te nemen, dus aanvankelijk liet hij het voor wat het was. Maar tegen de tijd dat Chretien weer naar huis ging, was hij Spontaniteit nog niet vergeten. Zodoende bestelde hij het online en betaalde met een creditcard. Om een of andere reden liep de betaling mis, dus eenmaal terug in Nederland nam hij contact op met BB&B die hem vertelden dat het niet mogelijk was om deze wanddecoratie rechtstreeks naar Europa te sturen. Hij kon het wel bij een adres in Amerika laten bezorgen, en zo kwamen wij weer van pas.

Spontaniteit…Vorige week werd er inderdaad een flinke doos bij ons afgegeven. Hiermee zijn we afgelopen zaterdag naar het postkantoor gegaan. Dit stond helemaal vol en de dames achter het loket keken al met een schuin oog naar het vehikel dat we bij ons hadden. Eenmaal aan de beurt begon het drama zich te ontwikkelen. Oei, oei, zo’n grote doos, dat zou wel eens groter kunnen zijn dan de maximale lengte die een pakje mag hebben. Het meetlint werd opgezocht en na druk meten en overleg werd besloten dat het ding inderdaad enkele centimeters te lang was. Helaas. Maar probeer het eens bij FedEx of UPS.

Zo gezegd, zo gedaan. De mensen bij UPS deden helemaal niet moeilijk. De doos werd gewogen, de adresgegevens, telefoonnummers, inhoud en wat al niet meer werden in een langdurig proces van spellen en uitleggen in de computer gezet. Op de vraag welk tarief we wensten, begonnen we eens te vragen wat het goedkoopst was, en dat bleek de lieve som van 400 dollar te zijn. Nu was dit substantieel hoger dan we gedacht hadden, dus hebben we de doos weer terug in de auto gewurmd en hebben eerst met Chretien overlegd wat we nu moeten doen. Op dit moment hebben we nog geen oplossing, dus als er iemand is die een idee heeft, laat het vooral weten. Tot die tijd zitten wij met een grote doos in huis en Chretien zonder Spontaniteit!

Een weekend in Charleston (1)

Op zaterdagochtend zitten we om half acht al gedoucht en wel aan het ontbijt. Met wat water en een snack voor onderweg beginnen we aan de lange rit van 210 mijl naar Charleston. Het is prachtig weer en met de nodige muziek rijden we lekker door naar de oostkust. Ik rij zelf tot een stukje voorbij Columbia en wissel dan met Rob, die ons rond de middag de parkeerplaats van het hotel oprijdt. De dame aan het loket vertelt ons dat we nog niet op onze kamer terecht kunnen, dus we rijden door naar het centrum van Charleston, dat nog ruim 8 mijl bij het hotel vandaan ligt.

De vlag van de rebellen in het zuidenCharleston is een populaire toeristische trekpleister, met name voor de Amerikanen zelf. Het is het kraambed van wat later de Amerikaanse beschaving zou worden. De Engelsen kwamen hier in de 17de eeuw aan land en begonnen te vechten met de Spanjaarden, die in Florida zaten. De Fransen in Louisiana gingen zich ook met de strijd bemoeien, die uiteindelijk door de Engelsen werd gewonnen. Koning Charles gaf zijn naam aan het plaatsje, dat vanaf dat moment bekend werd als ‘Charles Towne’. De koning wilde steeds meer belastingen innen en toen er in de haven (toen de belangrijkste handelsplaats) belasting op thee werd geeist, was de maat vol. De bewoners van Charles Towne kwamen hiertegen in opstand.

Het Engelse leger sloeg de opstand neer en bombardeerde meteen de halve stad. Uiteindelijk was dit niet voldoende om de rebelse bewoners van Charles Towne, en met hen de rest van het land, onder de duim te houden. South Carolina verklaarde zich als eerste staat onafhankelijk! Charles Towne werd omgedoopt naar Charleston en was de hoofdstad van de staat South Carolina. Slavenhandel, katoenplantages, rijst, tabak en thee brachten veel geld en dus rijkdom binnen en Charleston ontwikkelde zich snel als metropool van het zuiden.

Charleston tijdens de Burgeroorlog (klik voor een grotere versie)Ongeveer honderd jaar later werd Charleston nagenoeg volledig gebombardeerd in een bijna anderhalf jaar durend beleg. De reden hiervoor was dat de troepen uit het noorden (de ‘Yankees’) afzakten naar het zuiden om daar de rebellie de kop in te drukken en de welvaart weg te roven. Na een hevige strijd, beter bekend als de Civil War, moest het zuiden zich gewonnen geven. Een van de belangrijkste gevolgen was de afschaffing van de slavernij. Bovendien werd Columbia de nieuwe hoofdstad van South Carolina. Charleston was niet langer het middelpunt van de staat, en is zodoende sinds die tijd niet zo heel veel meer veranderd, waarmee de oude stijl grotendeels behouden is gebleven.

Als wij rond de middag een parkeerplaats zoeken in het centrum, blijkt pas hoe populair deze bestemming is. Alles staat helemaal vol en we rijden bijna een half uur in de drukte rond voordat we de auto uiteindelijk parkeren in de grote parkeergarage bij het Visitors Centre. Het mooie weer heeft duidelijk veel mensen gelokt! Omdat Rob hier al eens geweest is, weet hij de weg een beetje. In een van de drukte straten, Market Street, duiken we een zaakje binnen dat Tbonz heet. In dit leuk aangeklede restaurantje eten we een echte Amerikaanse lunch: hamburgers! Waar vroeger de overdekte markten waren waar vlees, vis en groenten verkocht werden, Gone With The Windis nu een leuke toeristische marktplaats waar je allerlei snuisterijen kunt kopen. Hoewel het duidelijk een toeristenval is, is het aanbod mooi en gevarieerd.

Vanaf de markt lopen we door naar de zee en we komen door het historische district. Hier staan schitterende oude huizen in Engelse stijl die meestal enkele honderden jaren oud zijn. Je kunt hier heerlijk wandelen en het doet wat Europees aan. Het voelt een beetje alsof je rondloopt in de film Gone With The Wind. Het kost niet zo veel moeite om je voor te stellen hoe Scarlett o’Hara en Rhett Butler ieder moment de hoek om kunnen komen in een hoepelrok en kostuum. We spenderen heel wat tijd in dit gebied en aan het water.

The Old Exchange and Provost DungeonIn de middag wandelen we terug in de richting van het museum The Old Exchange and Provost Dungeon. De laatste rondleiding gaat dan net van start en we besluiten om op zondag terug te komen zodat we op ons gemak kunnen rondkijken. Om die reden gaan we terug naar de auto en rijden naar het hotel, waar we inchecken. Het hotel lijkt enigszins op hetgeen dat we gisteren nog in de film No Country For Old Men hebben gezien, dus we stellen ons voor de dat seriemoordenaar elk moment kan opduiken… Op de parkeerplaats staan een paar echte kerels te barbecuen in de achterbak van hun pickup truck. Jammergenoeg worden we niet uitgenodigd.

We rijden naar een vestiging van Red Lobster, een restaurant dat bekend staat om zijn verse kreeft en andere lekkernijen uit de zee. Het is hier echter zo druk dat er buiten al een lange rij staat. We kiezen er dus voor ergens anders naar toe te rijden. Het is nogal donker op straat en natuurlijk is het een vreemde stad, dus de rit levert enkele bijzonder spannende momenten op. Uiteindelijk komen we bij een Chinees restaurant terecht dat Peking Gourmet heet. Het is duidelijk bedoeld als afhaalchinees, maar we kiezen ervoor om het toch ter plaatse te eten. De verkoopster is geamuseerd en voor een schijntje eten we ieder een heerlijk bordje gezond en geroerbakt Chinees eten. Een smakelijk eind aan een heerlijke dag.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag