Ook op donderdagmorgen breng ik Rob naar zijn werk en pik ik bij Ingles een paar muffins mee. Ik haal ook meteen de boodschappen voor het avondeten zodat we daar geen tijd meer aan hoeven te spenderen, want vandaag hebben we een druk programma. ’s Morgens gaan we naar Hollywild, het dierentuintje in het nabijgelegen plaatsje Inman en ’s middags gaan we naar de Walnut Grove Plantation, waar ik met Rob onlangs nog geweest ben.
Met de nodige hulp van de TomTom komen we bij Hollywild terecht. Dit ligt midden in de rimboe en ondanks dat het een doordeweekse dag is, loopt er genoeg volk rond. We kopen kaartjes en gaan het park binnen. Hoewel het niet verschrikkelijk groot is, is er wel genoeg te zien. De dieren in Hollywild zijn allemaal beesten die in Hollywoodfilms hebben meegespeeld en/of in reclamecampagnes te zien waren. Bij elke kooi staat beschreven in welke films het bewuste dier te zien was. Er zijn veel leeuwen, tijgers en andere roofdieren. De dieren zien er bijzonder goed verzorgd uit en we hopen maar dat ze goed afgericht zijn en naar hun verzorgers luisteren, want de kooien zijn waarschijnlijk niet stevig genoeg als de beesten een keer flink kwaad worden.
In het park kun je ook met een safaribus mee en dit is een hele belevenis. De chauffeur haalt eerst een flinke kist met oud brood en deze wordt in de bus gezet. Vervolgens rijden we het park in waar honderden herten, reeen, zebra’s, emoes en diverse runderen rondlopen. Deze dieren weten heel goed dat ze bij de safaribus eten kunnen halen en ze komen gretig op de bus afrennen waar ze om brood komen bedelen. In de bus waar wij in zitten is het niet verschrikkelijk druk, dus we kunnen volop dieren voeren. In de grote wei staat ook de gigantische koe die ik in december gezien heb toen we hier waren voor de kerstlichtjesroute. Het enorme beest steekt boven alles uit en ook mam en Jos hebben nog nooit zo’n joekel gezien.
Na Hollywild rijden we naar de Walnut Grove Plantation. Het is inmidddels na de middag en we hebben behoorlijke trek. Gelukkig is vlakbij de plantage een tankstation met een Subway erin waar we onze tanden zetten in een flinke boterham. De plantage is nu een stuk groener dan de vorige keer dat ik hier was en het is heerlijk toeven in de tuin. Mam en Jos volgen de rondleiding met gids en ik blijf zelf buiten in de zon zitten en neem nog wat foto’s. We volgen de wandeling die uitgezet is op het terrein en rijden daarna weer terug naar Boiling Springs. Het is al na 16.00 als we thuis komen, net op tijd om nog wat te drinken voordat het tijd is om Rob op te halen.
Op woensdag gaat Rob weer gewoon werken en ik breng hem zodoende ’s morgens weg zodat wij overdag de auto tot onze beschikking hebben. We spreken af om hem om 17.00 weer op te halen. Op de weg terug stop ik even bij Ingles om daar verse muffins mee te nemen voor bij de koffie. Ze zijn nog warm als ik thuis kom.
in te zetten.
Op dinsdagmiddag heeft Rob een halve vrije dag. Halverwege de middag gaan we mijn ouders ophalen in North Carolina, maar voor het zover is gaan we eerst naar de Bank of America. Nu Rob een social security number heeft (een soort sofinummer) kan hij een bankrekening openen. Als we een bankrekening hebben, wordt het betalen van rekeningen een stuk eenvoudiger. We krijgen dan cheques (bij ons een uitgestorven betaalmiddel, maar in Amerika nog altijd veel gebruikt) zodat we de rekeningen zelf kunnen betalen en dan declareren bij Robs werkgever, in plaats van doorsturen naar het bedrijf in de hoop dat ze het op tijd betalen. We hebben nu al diverse keren meegemaakt dat we verschillende aanmaningen krijgen omdat het bedrijf erg traag is met het betalen van de rekeningen en daar zijn we niet erg gelukkig mee.
medewerker van het bedrijfje.
We rijden door Gatlinburg naar het Smoky Mountains National Park, waar het Sugarland bezoekerscentrum ligt. Hier vinden we een kaart met wandelpaden in de bergen, die meerdere staten beslaan. Er is zelfs een pad dat meer dan 2100 mijl lang is! Wij beginnen echter bescheidener met de Nature Trail die start bij het bezoekerscentrum. Hoewel het bij het centrum druk is, zie je op het wandelpad niemand meer. Al snel horen we donderslagen in de verte en we wachten even bij een schuilhut op de route. De regen blijft echter uit en we vervolgen onze weg op het flink stijgende en dalende bergpad. De Nature Trail is niet zo lang en als we bijna terug zijn, lopen we verder op de route naar de Cararact Falls, een kleine waterval in de bossen. Ook deze route hebben we snel gelopen en bij de waterval zien we een bordje richting Cove Mountain. Dit pad is ruim 8 mijl lang en we denken dit nog wel te kunnen afleggen.
We besluiten dan maar om naar Pigeon Forge te rijden, een stadje op ca 10 mijl afstand van Gatlinburg. Mam en Jos zijn hier doorheen gereden toen ze de camping aan het zoeken waren en volgens hen was het een grote kermis. Daarmee hebben ze niets teveel gezegd. Aan weerszijden van de straten staan enorme attracties die je in Nederland nog niet op de grootste kermissen zult vinden. Overal staan (water)achtbanen en zijn andere kolderieke ritten neergezet. Aan de rand van Pigeon Forge ligt Dollywood, het pretpark van Dolly Parton, waar je nog meer achtbanengekte kunt vinden.
Na de middag lunchen we bij een vestiging van Bob Evans dat naast Christmas Place ligt. Dit is een pleintje met niets dan kerstwinkels die het hele jaar open zijn. We kunnen de verleiding niet weerstaan om binnen te kijken en we zijn het er al snel over eens dat we nog nooit zo veel (en zo veel maffe) kerstversieringen hebben gezien. De hele zaak glittert en glinstert en de kerstliedjes schallen vrolijk uit de luidsprekers. Een zeer vreemde ervaring aan het einde van april.
Na een uurtje is het ineens droog en we stappen snel in de auto. Met het idee dat er nog meer water kan vallen besluiten we naar het aquarium te gaan. Dit hebben meer mensen bedacht en er loopt al aardig wat volk rond. De toegangsprijs is fors (20 dollar p.p.) dus de verwachtingen zijn hooggespannen. Binnen worden we niet teleurgesteld. Het aquarium is ruim van opzet, schitterend aangekleed en er is veel moois te zien. Er is een enorm bassin met o.a. haaien erin waar je zowel boven kan staan als onderdoor kan lopen. Het is een gigantisch ding en je kijkt je ogen uit. Regelmatig zijn er duikers die in de tanks voor demonstraties zorgen. Er is een bad met levende krabben die je mag oppakken en er is een bad met roggen die je mag aanraken. Erg leuk allemaal en we blijven er meer dan drie uur hangen.
Het is heerlijk slenteren door het stadje en je kunt regelmatig ergens gaan zitten om je te verwonderen over de mensen die rondlopen en rondrijden. Het stikt van de motorrijders die op de vreemdste voertuigen zitten, gekke en sjieke auto’s rijden op de weg en op de trottoirs lopen de gekste Amerikanen die we tot nu toe gezien hebben. De meesten zijn kogelrond en waggelen meer dan ze lopen. Kortom, we hebben ogen tekort vandaag.
Hoewel veel dingen tegenwoordig als vanzelfsprekend worden aangenomen, kan ik af en toe nog steeds onder de indruk zijn van moderne techniek. Deze week stonden we bijvoorbeeld bij de christelijke autowasserette en terwijl je in je auto zit, kun je mooi volgen hoe de machines te werk gaan: voorspoelen, insoppen, afspoelen, andere zeep erop, weer spoelen… het is nogal een toestand en alles gaat mooi automatisch. Wat er christelijk aan was is mij niet helemaal duidelijk geworden, maar dat terzijde. Al het stof en vuil was weer even van de Pontiac af en dat was het belangrijkste.
Gisteravond zijn we in Greenville naar het
volkslied dat door de schaarsgeklede presentatrice nog niet eens zo onverdienstelijk werd vertolkt.
Als we ’s avonds gerommel horen bij de achterdeur denken we dat de eekhoorns weer op jacht zijn naar eten. Maar als we de deur opendoen zit daar tot onze verbazing… een wasbeertje! Even speuren op internet leert ons dat deze diertjes ook in bewoond gebied voorkomen en dat ze alleseters zijn. Als het donker is gaan ze op zoek naar voedsel en deze rakker heeft zich de afgelopen nachten blijkbaar tegoed gedaan aan het vogelvoer in de achtertuin. Ik ben benieuwd of we hem komende avond weer zien.
We vervolgen de weg en om Jekyll Island op te komen moet je een enorme brug over. Het is een zeer indrukwekkende constructie. We draaien het eiland op en worden begroet door tropische flora en fauna. Parkeren op het eiland kost 3 dollar en dat geld komt ten goede aan natuurbehoud. De camping ligt aan de andere kant van het eiland, dat zo’n 12 kilometer lang is. Bij het campingkantoor blijkt dat je in het weekend minimaal 2 nachten moet boeken, dus dat betekent dat mam en Jos hun plannen wat moeten aanpassen, omdat ze in hun planning maar een nacht op Jekyll Island voorzien hadden.
blokken hout om vanavond een kampvuur te maken.
Op vrijdag 18 april wordt iedereen uitgerust wakker en na een stevig ontbijtje van geroosterd brood met gebakken honingworstjes en ei rijden we het mooie campeerterrein James Island RV Park weer af. Na een broodnodige stop bij een tankstation beginnen we aan de 120 mijl naar Savannah in Georgia. Het eerste stuk brengt ons over mooie slingerende tweebaanswegen. Op die manier leggen we de eerste 50 mijlen af. Daarna draaien we de snelweg op en rijden we in een keer goed naar camping Savannah Oaks, waar we vannacht zullen staan.
De bus neemt ons mee naar de ontelbare schilderachtige pleintjes die de stad rijk is. Deze pleintjes zijn oases van rust en groen en zetten meestal een of andere militair in het zonnetje die de stad een grote dienst heeft bewezen. De gidsen op de tourbus vertellen honderduit en je komt ogen en camera’s tekort om alles goed vast te leggen. De weelde van het oude zuiden is overal aanwezig, bij elke hoek die je omgaat staan weer nieuwe statige panden, groot en klein, maar altijd zeer verzorgd. Talloze films zijn hier opgenomen, zoals Forrest Gump, Glory en Midnight In The Garden Of Good And Evil.
De temperatuur gaat vandaag al richting 30 graden en de kou van twee dagen terug lijkt een eeuwigheid geleden. Bij halte 11, aan de Savannah River, stappen we een pub binnen voor een drankje. Rob neemt een frozen margharita, Jos een cocktail en mam en ik lekker saaie frisdrank. We nemen er tortilla’s met gehakt-kaasdip bij, want van dat rondslenteren krijg je best trek.