Viva visa!

(Op zondagavond 6 april zijn we weer in de VS aangekomen. Vorige week hadden we weliswaar geen internet, maar heb ik wel een aantal blog entries geschreven, die bij deze alsnog geplaatst worden. Op basis van die informatie kun je bijvoorbeeld bedenken of je ook de moeite wilt nemen een visum voor de VS aan te vragen…)

Een ritje naar het vliegveld kost al snel 70 dollar.Woensdagmiddag (26 maart) worden we opgehaald door een praatgrage chauffeur van Checker Cabs. Hij vertelt volop terwijl we naar het vliegveld van Greenville rijden, over het kleine plaatsje waar hij zelf woont en over een rijke klant die hij elke week haalt en brengt. Deze klant is een consultant uit Florida die bij Milliken werkt en van zijn salaris over de hele wereld al 4 huizen kan betalen en die momenteel op zoek is naar een huis is de buurt van Spartanburg. Dat lijkt me dus een mooi beroep: consultant…

Op het vliegveld zelf is niet veel te doen. We checken in, lunchen in het restaurantje, klagen over de slechte internetverbinding en vliegen dan naar Atlanta. Ook hier is weinig nieuws onder de zon. We nemen een koffie bij Starbucks en wachten met een tijdschriftje bij de gate. Het vliegtuig is op tijd en dankzij de forse rugwind zijn we maar liefst 40 minuten te vroeg in Brussel, dus al voor 7 uur ’s morgens. Met een taxi komen we uiteindelijk aan in Gent, waar ons appartementje nog steeds ligt. Wonderwel zijn niet eens alle planten dood, zodat er in ieder geval nog iets leeft in huis.

We zetten eerst alle kranen open om eventueel salmonella en legionella uit de buizen te spoelen. Dit moeten we later bekopen met een koude douche! We zoeken alle benodigde papieren bij elkaar voor ons bezoek aan de ambassade en reizen dan terug naar Brussel. De secretaresse van Milliken heeft hier een hotelkamer voor ons geboekt zodat we vrijdagochtend op tijd bij de ambassade kunnen zijn. We moeten ons daar al om 8.20 melden!

We verblijven een nachtje in het Crowne Plaza.Vanaf het Centraal Station in Brussel is het een klein wandelingetje naar het hotel. Al zoekende komen we ook langs de Amerikaanse ambassade, dus die weten we voor de volgende ochtend alvast te vinden. Het hotel ligt een stukje verder en aangezien we in het Europese kwartier zitten, dat vol staat met gebouwen van de Europese Unie en tal van ambassades, is het hotel natuurlijk erg sjiek en het zit er vol met dure types.

In de buurt is verder weinig te doen, dus we dineren in het restaurant van het hotel. We houdenEen slechte fles Saint Emilion bestaat gewoon niet. het simpel met gegrilde zalm op spinazie, een heerlijk gerecht en ondanks zijn eenvoud veel verfijnder dan alles wat we de afgelopen maanden in de VS hebben gegeten. Bij het eten nemen we een glaasje Saint-Emilion, wat ons betreft de lekkerste Franse wijn die je kunt vinden (en uiteraard onvindbaar in het zuiden van Amerika).

Vrijdagochtend is een ervaring op zich. We melden ons bij de ambassade, die aan voor- en achterkant afgezet is met prikkeldraadbarrieres en militairen. Hoewel het er erg ongastvrij uitziet, zijn de militairen in kwestie zeer vriendelijk. We moeten samen met een aantal andere mensen buiten wachten tot we toestemming krijgen om naar binnen te gaan. Eerst moet je een papiertje tussen je handen wrijven om te zien of je de afgelopen dagen nog in contact bent geweest met explosieven. Daarna mag je, een voor een, de ambassade binnen. Hier moet je eerst door de metaaldetector en wordt alles dat je bij je hebt onderzocht. Natuurlijk gaat het poortje af als ik er onderdoor ga. Dit gebeurt vrijwel altijd, want beugelbhs en metaaldetectors zijn geen goede vrienden van elkaar.

Als zowel ik als Rob helemaal zijn goedgekeurd, mogen we doorlopen naar de rij voor het loket. Er was maar een persoon voor ons, dus het duurt niet al te lang voor we aan de beurt zijn. De beambte kijkt al onze papieren zorgvuldig door, niet documenten aaneen, maakt kopieen en als hij alles bekeken heeft zegt hij dat het er ‘perfect’ uitziet. Even later worden we teruggeroepen naar het loket en worden onze vingerafdrukken (van alle vingers!) genomen. Voor de tweede keer nemen we plaats in de wachtruimte. We kunnen nu toekijken hoe andere mensen zich voorbereid hebben op de aanvraag van hun visum. Vooral (het bewijs van) betaling van 94 euro p.p. aan de ambassade voor administratiekosten schijnt een groot struikelblok te zijn. Sommigen mensen denken aan een paspoort en een vriendelijke lach genoeg te hebben.

Even na half tien meldt de consul zich. Hij zal iedereen beurtelings bij zich roepen en het proces voltooien. We zijn als derde aan de beurt en hij begint met het controleren van onze vingerafdrukken. Dat komt me wat vreemd voor, want ik zou niet weten hoe we in de tussentijd aan andere vingerafdrukken hadden moeten komen. Maar goed. De man is verder vriendelijk en als hij de naam Milliken ziet, is de buit binnen. Hij is zelf opgegroeid in South Carolina en hij kent onze Niet te vinden in de VS en daarom thuis extra lekker!woonplaats Boiling Springs. Twee stempels later staan we weer buiten en vanaf aanstaande dinsdag liggen onze paspoorten, MET visum, klaar bij de ambassade. Hoera!

We nemen de trein terug naar Gent, halen een broodje bij de sandwichbar bij ons om de hoek en genieten van echt vers brood, iets wat je in Amerika nergens kunt vinden. We hebben al besloten om een broodmachine te kopen als we weer terug zijn in Boiling Springs. Bij chocoladewinkeltje Sessibon halen we een doosje pralines voor de secretaresse bij Milliken, die ook het nodige werk voor ons heeft gedaan, en het komende jaar zal blijven doen. Dat is wel een bonbonnetje waard, dachten we zo. Rob neemt vervolgens de tram naar kantoor en ikzelf zal mijn best doen om ons appartementje op te frissen voor het bezoek dat we dit weekend krijgen. Onze ouders komen een dagje om ons een knuffel te geven voordat we voor langere tijd de grote plas oversteken.

Plaats een reactie

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag