De nacht van dinsdag 15 april op woensdag 16 april is een gedenkwaardige, maar helaas niet om de goede redenen. Buiten vriest het, in de camper is het ijskoud en de dekens zijn akelig dun. Behalve eskimo Rob liggen we allemaal te blauwbekken van de kou. Zo duurt de nacht natuurlijk erg lang en we slapen dan ook niet veel.
Bij het krieken van de dag, om 6.15, komen we in actie en proberen we de kachel aan de praat te krijgen. Als we een kop koffie en brood met gebakken eieren op hebben voelen we ons een beetje beter. We besluiten om de mooie wandelroute van gisteravond nog eens over te doen bij daglicht. Ook nu is het spectaculair lopen over het verhoogde houten pad en het ochtendlicht geeft alles een sprookjesachtige gloed. Er staan reusachtige, eeuwenoude cypressen die tot in de hemel reiken. Ze worden omgeven door eigenaardige kronkels die cypressen-knieen worden genoemd. Als we later in het bezoekerscentrum informeren wat dit zijn, blijkt dat niemand het precies weet. Er bestaan echter drie theorieen: 1) het zijn een soort luchtwortels, 2) ze bieden de grote cypressen extra stut en 3) de kronkels vergaren hout- en bladerafval om zo extra voedsel voor de boom aan te maken. Je komt op dit wandelparcours nagenoeg niemand tegen, wat nogal vreemd is voor iets wat zo onbeschrijflijk mooi is.
Terug bij de auto maken we ons klaar voor vertrek naar Charleston. Ook dit zijn nog de nodige kilometers en we bereiden ons voor op een rit van ruim twee uur. halverwege stoppen we bij een Subway voor een broodje en rijden dan verder. Het zoeken naar het RV park waar we moeten zijn stuurt ons langs allerlei wegen en de TomTom heeft het er maar moeilijk mee. Uiteindelijk vinden we het dan toch en als we binnenrijden zien we een indrukwekkende, zeer groene en uiterst luxe camping. Op het meer achter de ingang wordt volop gewatersport en we zijn omgeven door reusachtige campers. Het is een hemelsbreed verschil met de primitieve omstandigheden in Congaree.
We zoeken ons staanplaatsje op, installeren ons aan de hook-up (water en stroom) en rijden met de flink opgewarmde Pontiac naar het centrum van Charleston. Rob weet hier inmiddels aardig de weg en ondanks het drukke verkeer loodst hij ons probleemloos de parkeergarage van het Visitors Center in. Even later loopt Rob voor de 4de keer, ik voor de 2de keer en mijn ouders voor de 1ste keer door het imposante centrum van Charleston. Het blijft genieten van de schitterende en decadente huizen en de ontspannen sfeer, ook als je hier al eens eerder bent geweest.
We lopen King Street af naar Battery Park aan zee en kuieren via Meeting Street weer terug. Even na 18.00 uur strijken we neer in de Noisy Oyster voor een lekker stukje vis en een stuk chocoladetaart waar we met z’n vieren van eten. De ober doet zijn uiterste best om een goede fooi bij elkaar te sprokkelen en hij is overdreven vriendelijk en hartelijk. Zelfs mam eet een maaltje vis en dat is voor haar heel bijzonder.
Na het eten halen we de auto op en rijden we naar Wal-Mart. Hier slaan we zes fleece-dekens in zodat we vannacht niet nog eens liggen te verkleumen. Daarna drinken we koffie in de camper en al snel is het bedtijd, vooral met de afgelopen beroerde nacht die ons erg vermoeid heeft. Dat de dekens niet voor niets zijn, blijkt wel als ondanks de ruim 20 graden overdag de temperatuur ’s nachts weer onder het vriespunt glijdt.