Een weekend in Charleston (2)

De Pineapple fountain aan zeeOp zondag beginnen we de dag met een ontbijt in het hotel. Er zijn maar weinig mensen en de worstjes liggen waarschijnlijk al een tijdje te braden. De bagage gaat weer in de auto, we checken uit en rijden terug naar het centrum van Charleston. Deze keer zijn we een stuk vroeger en is parkeren geen probleem. Het belooft opnieuw een erg mooie dag te worden.

We wandelen via omwegen terug naar The Old Exchange and Provost Dungeon, waar we met open armen worden ontvangen. Het museum is niet al te groot maar wel snoezig. Het is wel grappig om te zien hoe de Amerikanen hun oude schatten omarmen, terwijl wij uit een land komen dat oneindig veel ouder is. Op dat moment moet je je realiseren dat Amerika relatief jong is en je echt op het oudste punt bent beland.

In de kerker van het museum begint een rondleiding met gids. De gids vertelt over de geschiedenis van de stad en met name van het gebouw waar we staan. Dit oude pandje was het handelscentrum van de stad en later heeft het dienst gedaan als gevangenis en hoofdkwartier van de Engelsen. Enige jaren geleden is het door de stad aan een stichting geschonken die er een museum van heeft gemaakt. Het had niet veel gescheeld of het was platgegooid om er een benzinestation neer te zetten.

Het logo van de Noisy OysterNa de toer strijken we neer bij de Noisy Oyster (‘de luidruchtige oester’) om een goede lunch te nuttigen. We kiezen allemaal voor een sandwich met een flink stuk gegrilde vis. Na zo’n gezond gerecht zondigen we door met z’n drieen een nagerecht te delen. Het wordt een ‘five layer chocolate cake’, dus een stuk chocoladetaart met vijf lagen. Het is een gigantisch ding, en zelfs met z’n drieen krijgen we het niet helemaal op.

Vlakbij de Noisy Oyster ligt een kraampje waar je kaartjes kunt kopen voor een rondrit door de stad per paardenkar. Omdat Chrétien een beetje slecht ter been is vandaag, lijkt dat een mooie manier om de stad te bezichtigen. We klimmen op de kar bij gids Lydia, die wordt getrokken door paard Rocky. Rocky is nogal onstuimig en heeft al meerdere auto’s, waaronder een politieauto, vernield. Hij staat niet zo graag stil en dat maakt hij graag duidelijk. De gids vertelt honderduit over de geschiedenis van de stad en ze weet bij ieder huis wel wat bijzondere feitjes.

Red Lobster… (niet lang meer)Na de zeer leuke rondrit besluiten we om richting de auto te lopen. Het is per slot van rekening nog wel een stukje rijden voordat we thuis zijn. De rit naar huis verloopt zonder bijzonderheden en het is ongeveer half zeven als we in Spartanburg de parkeerplaats bij de Red Lobster oprijden. We gaan eens bekijken of er hier wel plaats is.
We hebben geen van allen ooit kreeft gegeten, dus dit lijkt ons het juiste moment. Rob en ik houden het bij een kreeftenstaart, maar Chrétien gaat de uitdaging aan om een hele kreeft te eten. Dit wordt prachtig geserveerd, met de pootjes er nog aan. Chrétien heeft eigenlijk geen idee hoe je zo’n beest moet eten, en vraagt de ober om hulp. Deze jongen bekijkt het allemaal geamuseerd en laat zien hoe je een kreeft moet oppeuzelen. Je moet eerst de scharen kraken en leeghalen. Als Chrétien dit achter de rug heeft, vraagt hij de ober hoe hij nu verder moet. De ober haalt vervolgens een levende kreeft uit de tank en wijst aan welke delen allemaal eetbaar zijn. De kreeft spartelt een beetje, zich nog onbewust van het lot dat hem later deze avond te wachten staat. Het eten is een avontuur maar buiten dat vooral heerlijk! We zijn weer een ervaring rijker.

Een weekend in Charleston (1)

Op zaterdagochtend zitten we om half acht al gedoucht en wel aan het ontbijt. Met wat water en een snack voor onderweg beginnen we aan de lange rit van 210 mijl naar Charleston. Het is prachtig weer en met de nodige muziek rijden we lekker door naar de oostkust. Ik rij zelf tot een stukje voorbij Columbia en wissel dan met Rob, die ons rond de middag de parkeerplaats van het hotel oprijdt. De dame aan het loket vertelt ons dat we nog niet op onze kamer terecht kunnen, dus we rijden door naar het centrum van Charleston, dat nog ruim 8 mijl bij het hotel vandaan ligt.

De vlag van de rebellen in het zuidenCharleston is een populaire toeristische trekpleister, met name voor de Amerikanen zelf. Het is het kraambed van wat later de Amerikaanse beschaving zou worden. De Engelsen kwamen hier in de 17de eeuw aan land en begonnen te vechten met de Spanjaarden, die in Florida zaten. De Fransen in Louisiana gingen zich ook met de strijd bemoeien, die uiteindelijk door de Engelsen werd gewonnen. Koning Charles gaf zijn naam aan het plaatsje, dat vanaf dat moment bekend werd als ‘Charles Towne’. De koning wilde steeds meer belastingen innen en toen er in de haven (toen de belangrijkste handelsplaats) belasting op thee werd geeist, was de maat vol. De bewoners van Charles Towne kwamen hiertegen in opstand.

Het Engelse leger sloeg de opstand neer en bombardeerde meteen de halve stad. Uiteindelijk was dit niet voldoende om de rebelse bewoners van Charles Towne, en met hen de rest van het land, onder de duim te houden. South Carolina verklaarde zich als eerste staat onafhankelijk! Charles Towne werd omgedoopt naar Charleston en was de hoofdstad van de staat South Carolina. Slavenhandel, katoenplantages, rijst, tabak en thee brachten veel geld en dus rijkdom binnen en Charleston ontwikkelde zich snel als metropool van het zuiden.

Charleston tijdens de Burgeroorlog (klik voor een grotere versie)Ongeveer honderd jaar later werd Charleston nagenoeg volledig gebombardeerd in een bijna anderhalf jaar durend beleg. De reden hiervoor was dat de troepen uit het noorden (de ‘Yankees’) afzakten naar het zuiden om daar de rebellie de kop in te drukken en de welvaart weg te roven. Na een hevige strijd, beter bekend als de Civil War, moest het zuiden zich gewonnen geven. Een van de belangrijkste gevolgen was de afschaffing van de slavernij. Bovendien werd Columbia de nieuwe hoofdstad van South Carolina. Charleston was niet langer het middelpunt van de staat, en is zodoende sinds die tijd niet zo heel veel meer veranderd, waarmee de oude stijl grotendeels behouden is gebleven.

Als wij rond de middag een parkeerplaats zoeken in het centrum, blijkt pas hoe populair deze bestemming is. Alles staat helemaal vol en we rijden bijna een half uur in de drukte rond voordat we de auto uiteindelijk parkeren in de grote parkeergarage bij het Visitors Centre. Het mooie weer heeft duidelijk veel mensen gelokt! Omdat Rob hier al eens geweest is, weet hij de weg een beetje. In een van de drukte straten, Market Street, duiken we een zaakje binnen dat Tbonz heet. In dit leuk aangeklede restaurantje eten we een echte Amerikaanse lunch: hamburgers! Waar vroeger de overdekte markten waren waar vlees, vis en groenten verkocht werden, Gone With The Windis nu een leuke toeristische marktplaats waar je allerlei snuisterijen kunt kopen. Hoewel het duidelijk een toeristenval is, is het aanbod mooi en gevarieerd.

Vanaf de markt lopen we door naar de zee en we komen door het historische district. Hier staan schitterende oude huizen in Engelse stijl die meestal enkele honderden jaren oud zijn. Je kunt hier heerlijk wandelen en het doet wat Europees aan. Het voelt een beetje alsof je rondloopt in de film Gone With The Wind. Het kost niet zo veel moeite om je voor te stellen hoe Scarlett o’Hara en Rhett Butler ieder moment de hoek om kunnen komen in een hoepelrok en kostuum. We spenderen heel wat tijd in dit gebied en aan het water.

The Old Exchange and Provost DungeonIn de middag wandelen we terug in de richting van het museum The Old Exchange and Provost Dungeon. De laatste rondleiding gaat dan net van start en we besluiten om op zondag terug te komen zodat we op ons gemak kunnen rondkijken. Om die reden gaan we terug naar de auto en rijden naar het hotel, waar we inchecken. Het hotel lijkt enigszins op hetgeen dat we gisteren nog in de film No Country For Old Men hebben gezien, dus we stellen ons voor de dat seriemoordenaar elk moment kan opduiken… Op de parkeerplaats staan een paar echte kerels te barbecuen in de achterbak van hun pickup truck. Jammergenoeg worden we niet uitgenodigd.

We rijden naar een vestiging van Red Lobster, een restaurant dat bekend staat om zijn verse kreeft en andere lekkernijen uit de zee. Het is hier echter zo druk dat er buiten al een lange rij staat. We kiezen er dus voor ergens anders naar toe te rijden. Het is nogal donker op straat en natuurlijk is het een vreemde stad, dus de rit levert enkele bijzonder spannende momenten op. Uiteindelijk komen we bij een Chinees restaurant terecht dat Peking Gourmet heet. Het is duidelijk bedoeld als afhaalchinees, maar we kiezen ervoor om het toch ter plaatse te eten. De verkoopster is geamuseerd en voor een schijntje eten we ieder een heerlijk bordje gezond en geroerbakt Chinees eten. Een smakelijk eind aan een heerlijke dag.

Op weg naar het weekend

Op donderdagavond halen we Chrétien weer op van het vliegveld in Greenville. Zijn vliegtuig is een beetje vertraagd, dus we nuttigen op het vliegveld een ondrinkbare kop koffie met een peach cobbler, die gelukkig wel lekker is.
Samen met de ‘buit’ trekken we terug naar Boiling Springs. Overdag heb ik al een flinke pan nasi gemaakt zodat we zonder dralen aan tafel kunnen.

Een Jezus t-shirtNa het eten rijden we nog even naar Wal-Mart. Chrétien heeft sinds hij in de VS is alleen nog maar vrij koud weer gehad en daar had zijn koffer niet op gerekend. Bij Wal-Mart koopt hij een lekker foute trui voor 6 dollar en een t-shirt voor 5 dollar. Kijk, zo kun je nog eens winkelen! Ik kan zelf geen ‘nee’ zeggen tegen een leuk shirtje (een babydoll), dus mijn dag is ook weer goed. We vermaken ons nog even met de ‘I love Jesus’ t-shirts die er volop hangen. ’s Avonds kijken we naar het nepworstelen op tv en houden het dan voor gezien.

Op vrijdagmorgen moet Rob werken, dus we laten Chrétien uitslapen. Als hij uit bed is en zijn ontbijtje verorberd heeft, lopen we een eindje door de Sterling Estates. Een trui is niet nodig: de zon laat zich uitbundig zien. Niet ver bij ons huis vandaan wordt er driftig gebouwd. We staan even te kijken hoe er een nieuw huis van waaibomenhout wordt opgetrokken. Thuis spelen we een potje Yahtzee, waar ik natuurlijk weer het onderspit moet delven. Rob komt met de lunch thuis en dan staan er gebakken eieren met Engelse muffins en worstjes op het menu. Voor de middag hebben we het plan naar Spartanburg te gaan.

Tangled Web logoEr zit ergens een winkeltje dat Tangled Web heet, waar ze strips en DnD boeken verkopen. Er staan verschillende mannen binnen en het is eerlijk gezegd onduidelijk wie de klanten zijn en wie de verkopers. Het zijn types zoals ‘Comic Book Guy’ uit The Simpsons, die diepgravende gesprekken staan te voeren over obscure strips en of ze nu wel of niet goed zijn. De verkoper is zeer gelukkig dat Rob er een boek koopt en bedankt ons uitgebreid.

Vanaf de stripwinkel rijden we naar Barnes & Noble voor een lekkere kop koffie en rijden dan verder naar de Spartan 16 voor een film. Nu de Oscars achter de rug zijn en No Country For Old Men is verkozen tot beste film, zijn we natuurlijk erg benieuwd of deze grote prijs terecht is. Voor een matinee prijs mogen we naar binnen en omdat we nog wat tijd over hebben spelen we eerst een schietspel op een videomachine in de lobby. We moeten op beren mikken en Rob is de enige die nog een schamele 25 punten verdient. Chrétien en ik komen niet verder dan 0 punten, dus we zullen nog een beetje moeten oefenen.

De filmposter van No Country For Old MenDe film begint tegen vier uur en is een heerlijk en spannend verhaal over een man die per ongeluk op een smak geld stuit en achtervolgd wordt door een meedogenloze seriemoordenaar die het geld terug wil. Het verhaal wordt met spanning en humor verteld en is zodoende erg vermakelijk.

Na de film gaan we eten bij Miyako, het sushi-restaurant in downtown Spartanburg. We bestellen edamame boontjes en daarna een aantal soorten sushi. We sluiten af met groene thee-ijs en Chrétien verrast ons door te trakteren.
Als we thuis zijn bedenken we wat we de rest van het weekend willen doen. De keuze is vrij snel gemaakt, want we zijn heel benieuwd hoe Charleston eruit ziet. Deze stad ligt aan de kust van South Carolina en we zullen dus een flink eind moeten rijden. We boeken alvast een hotelkamer in het North Charleston Inn en pakken wat spullen in, zodat we zaterdagmorgen vlot kunnen vertrekken.