Op zondag beginnen we de dag met een ontbijt in het hotel. Er zijn maar weinig mensen en de worstjes liggen waarschijnlijk al een tijdje te braden. De bagage gaat weer in de auto, we checken uit en rijden terug naar het centrum van Charleston. Deze keer zijn we een stuk vroeger en is parkeren geen probleem. Het belooft opnieuw een erg mooie dag te worden.
We wandelen via omwegen terug naar The Old Exchange and Provost Dungeon, waar we met open armen worden ontvangen. Het museum is niet al te groot maar wel snoezig. Het is wel grappig om te zien hoe de Amerikanen hun oude schatten omarmen, terwijl wij uit een land komen dat oneindig veel ouder is. Op dat moment moet je je realiseren dat Amerika relatief jong is en je echt op het oudste punt bent beland.
In de kerker van het museum begint een rondleiding met gids. De gids vertelt over de geschiedenis van de stad en met name van het gebouw waar we staan. Dit oude pandje was het handelscentrum van de stad en later heeft het dienst gedaan als gevangenis en hoofdkwartier van de Engelsen. Enige jaren geleden is het door de stad aan een stichting geschonken die er een museum van heeft gemaakt. Het had niet veel gescheeld of het was platgegooid om er een benzinestation neer te zetten.
Na de toer strijken we neer bij de Noisy Oyster (‘de luidruchtige oester’) om een goede lunch te nuttigen. We kiezen allemaal voor een sandwich met een flink stuk gegrilde vis. Na zo’n gezond gerecht zondigen we door met z’n drieen een nagerecht te delen. Het wordt een ‘five layer chocolate cake’, dus een stuk chocoladetaart met vijf lagen. Het is een gigantisch ding, en zelfs met z’n drieen krijgen we het niet helemaal op.
Vlakbij de Noisy Oyster ligt een kraampje waar je kaartjes kunt kopen voor een rondrit door de stad per paardenkar. Omdat Chrétien een beetje slecht ter been is vandaag, lijkt dat een mooie manier om de stad te bezichtigen. We klimmen op de kar bij gids Lydia, die wordt getrokken door paard Rocky. Rocky is nogal onstuimig en heeft al meerdere auto’s, waaronder een politieauto, vernield. Hij staat niet zo graag stil en dat maakt hij graag duidelijk. De gids vertelt honderduit over de geschiedenis van de stad en ze weet bij ieder huis wel wat bijzondere feitjes.
Na de zeer leuke rondrit besluiten we om richting de auto te lopen. Het is per slot van rekening nog wel een stukje rijden voordat we thuis zijn. De rit naar huis verloopt zonder bijzonderheden en het is ongeveer half zeven als we in Spartanburg de parkeerplaats bij de Red Lobster oprijden. We gaan eens bekijken of er hier wel plaats is.
We hebben geen van allen ooit kreeft gegeten, dus dit lijkt ons het juiste moment. Rob en ik houden het bij een kreeftenstaart, maar Chrétien gaat de uitdaging aan om een hele kreeft te eten. Dit wordt prachtig geserveerd, met de pootjes er nog aan. Chrétien heeft eigenlijk geen idee hoe je zo’n beest moet eten, en vraagt de ober om hulp. Deze jongen bekijkt het allemaal geamuseerd en laat zien hoe je een kreeft moet oppeuzelen. Je moet eerst de scharen kraken en leeghalen. Als Chrétien dit achter de rug heeft, vraagt hij de ober hoe hij nu verder moet. De ober haalt vervolgens een levende kreeft uit de tank en wijst aan welke delen allemaal eetbaar zijn. De kreeft spartelt een beetje, zich nog onbewust van het lot dat hem later deze avond te wachten staat. Het eten is een avontuur maar buiten dat vooral heerlijk! We zijn weer een ervaring rijker.
Charleston is een populaire toeristische trekpleister, met name voor de Amerikanen zelf. Het is het kraambed van wat later de Amerikaanse beschaving zou worden. De Engelsen kwamen hier in de 17de eeuw aan land en begonnen te vechten met de Spanjaarden, die in Florida zaten. De Fransen in Louisiana gingen zich ook met de strijd bemoeien, die uiteindelijk door de Engelsen werd gewonnen. Koning Charles gaf zijn naam aan het plaatsje, dat vanaf dat moment bekend werd als ‘Charles Towne’. De koning wilde steeds meer belastingen innen en toen er in de haven (toen de belangrijkste handelsplaats) belasting op thee werd geeist, was de maat vol. De bewoners van Charles Towne kwamen hiertegen in opstand.
is nu een leuke toeristische marktplaats waar je allerlei snuisterijen kunt kopen. Hoewel het duidelijk een toeristenval is, is het aanbod mooi en gevarieerd.
In de middag wandelen we terug in de richting van het museum The Old Exchange and Provost Dungeon. De laatste rondleiding gaat dan net van start en we besluiten om op zondag terug te komen zodat we op ons gemak kunnen rondkijken. Om die reden gaan we terug naar de auto en rijden naar het hotel, waar we inchecken. Het hotel lijkt enigszins op hetgeen dat we gisteren nog in de film No Country For Old Men hebben gezien, dus we stellen ons voor de dat seriemoordenaar elk moment kan opduiken… Op de parkeerplaats staan een paar echte kerels te barbecuen in de achterbak van hun pickup truck. Jammergenoeg worden we niet uitgenodigd.
Na het eten rijden we nog even naar Wal-Mart. Chrétien heeft sinds hij in de VS is alleen nog maar vrij koud weer gehad en daar had zijn koffer niet op gerekend. Bij Wal-Mart koopt hij een lekker foute trui voor 6 dollar en een t-shirt voor 5 dollar. Kijk, zo kun je nog eens winkelen! Ik kan zelf geen ‘nee’ zeggen tegen een leuk shirtje (een babydoll), dus mijn dag is ook weer goed. We vermaken ons nog even met de ‘I love Jesus’ t-shirts die er volop hangen. ’s Avonds kijken we naar het nepworstelen op tv en houden het dan voor gezien.
De film begint tegen vier uur en is een heerlijk en spannend verhaal over een man die per ongeluk op een smak geld stuit en achtervolgd wordt door een meedogenloze seriemoordenaar die het geld terug wil. Het verhaal wordt met spanning en humor verteld en is zodoende erg vermakelijk.