De afgelopen dagen zijn er wat problemen geweest bij onze host DDS, dus is de blog een tijdje niet bereikbaar geweest. Gelukkig is alles weer opgelost en kan ik verslag doen van het afgelopen weekend. We hebben namelijk eindelijk iets kunnen doen waar we al een hele poos naar uit hebben gekeken: een bezoek aan de farmer’s market (boerenmarkt) van Spartanburg! Al sinds we hier net kwamen wonen hebben we van verschillende mensen gehoord over deze markt die tussen juni en oktober gehouden wordt bij het treinstation (!) van Spartanburg. We waren dus zeer benieuwd of we, net als in Gent en Eindhoven, voortaan in het weekend verse groenten en fruit op de markt konden kopen.
Zaterdagmorgen waren we voor 9.00 al op weg. De wegen waren nog uitgestorven en onze verwachtingen hooggespannen. Toen de TomTom ‘bestemming bereikt’ riep, zagen we een handvol kraampjes en parkeerden de auto, met het idee dat de rest van de markt in het station zou zijn. Maar… helaas. Het handjevol kraampjes was alles wat er stond. Acht stuks, om precies te zijn. Hiervan verkochten er vier bloemen en planten en één verkocht kaarsjes. De andere drie hadden enkele bieten of knollen en eentje verkocht aardbeien en perziken. Tja. Dat was dus niet helemaal wat we er van verwacht hadden. Enigszins teleurgesteld zijn we huiswaarts gekeerd en hebben we onze boodschappen maar gewoon bij Ingles gehaald.
Na het succes van Panera (de broodjeszaak) van vorige week, besluiten we om ook vandaag hier te gaan lunchen. Bovendien ligt tegenover Panera een bioscoop waar we nog niet geweest zijn, Carmike’s. Hier draait Indiana Jones en aangezien het verschroeiend heet is vandaag (37 graden midden in de zon, 33 graden in de schaduw), is het idee van een lange film kijken in een ruimte met airconditioning bijzonder aantrekkelijk. De film is precies wat je ervan kunt verwachten, maar ik zal geen details prijsgeven omdat ik weet dat een aantal mensen die deze blog lezen ook van plan zijn om naar Indiana Jones te gaan.
Als we van de koele bioscoop weer in de snikhete buitenlucht komen, besluiten we dat het perfect weer is voor een ijsje. Dat betekent een bezoekje aan Bruster’s bij ons om de hoek, waar we een heerlijke en reusachtige White Raspberry Truffle eten. ’s Avonds vermaken we ons met een televisiezender die we op proef hebben. De zender G4 zendt Japanse programma’s uit zoals Ninja Warrior en Unbeatable Banzuke, waar deelnemers fysiek loodzware trajecten moeten afleggen, voor niets meer dan de eer. Niet zelden haalt geen enkele deelnemer de finish, iets wat op westere televisie ondenkbaar zou zijn.
We zijn twee van de 4.3 miljoen mensen die in South Carolina wonen. Het totale oppervlak van de staat is 83.000 km2, dus dat is niet gek als je weet dat Nederland een oppervlak heeft van ongeveer 41.500 km2. Het klimaat is hier vochtig en subtropisch, en niet zelden worden in de zomer temperaturen van 40 graden of meer gemeten. Dat betekent dat je overdag beter binnen kunt blijven in de buurt van de airco en dat men zich ’s avonds pas een keer buiten laat zien.
Qua belastingen is het een fijne staat om te wonen. De BTW is maar 6% (3% voor voedingsmiddelen) en dat is erg prettig aan het eind van je kassabon. Van je salaris hou je meer over dan in Nederland of België, maar je moet dan wel zelf voor je ziektekostenverzekering en andere zaken zorgen. Wat dat betreft is het een beetje lood om oud ijzer, behalve als je er voor kiest om onverzekerd door het leven te gaan (wat in geval van je autoverzekering als een misdrijf wordt beschouwd). Er wordt overigens geschat dat 1 op 7 Amerikanen geen ziektekostenverzekering heeft, met alle gevolgen vandien.
Op maandagavond belt Vicki om te vragen of ik haar wil helpen. Ze moet op dinsdag naar het ziekenhuis voor een catscan en wil de kleine Emma liever niet meenemen. Zodoende vraagt ze of ik wil babysitten terwijl zij in het ziekenhuis is. Natuurlijk is dat geen probleem.
Zaterdag heb ik Rob even na zessen weer opgehaald van het vliegveld. Met een paar collega’s was hij vanaf Atlanta naar Greenville gereden, zodat hij uiteindelijk iets vroeger op het vliegveld was dan wanneer hij in het vliegtuig gestapt was. Eenmaal thuis stond de finale van het songfestival inmiddels online en konden we zien hoe Rusland, tot onze teleurstelling, er met de overwinning vandoor ging. Waarschijnlijk zouden er een groot aantal landen problemen krijgen met hun gastoevoer indien Rusland niet zou winnen. Wij hebben er anders ook geen verklaring voor.
Even voor de middag rijden we weg uit Inman richting het centrum van Spartanburg. In de buurt van East Main Street ligt Panera, een broodjeszaak die zelf brood bakt en ook verkoopt, dus dat moeten we een keer gezien hebben. We lunchen er met een kop soep en een vers broodje, heerlijk! Vers brood is zo’n gemis, ik begrijp niet dat de Amerikanen genoegen nemen met het supermarktspul dat ze hier overal hebben. Panera ligt overigens in een winkelcentrum waar we nog niet eerder geweest zijn, dus we lopen rustig een poosje rond en wippen wat winkels binnen. Het is overal heerlijk stil, iets wat we niet verwacht hadden op een vrije dag als deze. Ook de straten en snelwegen zijn bijna leeg, dus je kunt erg ontspannen rondrijden. Zo zou het iedere dag mogen zijn! De afgelopen dagen heeft het kwik de 30 graden bereikt en ook de rest van de week lijkt het zo warm te blijven, dus het is hier al volop zomer.
Omdat Nederland niet meedeed, noch een ander land dat onze specifieke voorkeur kan wegdragen, was het makkelijk om objectief te oordelen over het aanbod. Op Litouwen na zaten alle kermisacts blijkbaar in de eerste halve finale en het aantal mensen dat vals zong lag ook een heel stuk lager. De landen die van ons een redelijke score kregen, gingen uiteindelijk ook door naar de finale. Alleen Malta bleef hangen, en dat vind ik een beetje vreemd want die had ik, samen met Turkije, de hoogste score gegeven.
Behalve Rusland worden ook Zweden en gastland Servie getipt voor de winst. Dat zou betekenen dat de eindrace gaat tussen een over het paard getilde Rus, een opgeprikte Zweedse barbiepop en een zeer klassieke inzending van Servie. Als dat geen interessante strijd wordt, weet ik het ook niet meer. Hoe dan ook, er zit maar een ding op om er achter te komen en dat is zaterdag naar de ontknoping te kijken. Wordt ongetwijfeld vervolgd!
Dat ik op tijd boodschappen ben gaan doen, had ook nog een tweede reden: vanavond, en bij ons dus vanmiddag, wordt de eerste halve finale van het Eurovisie Songfestival uitgezonden. Hoera voor het internet, want nu kan ik het hele evenement live en online bekijken! Namens Nederland doet zangeres Hind mee, een zeer sympathieke dame die volgens de polls geen hoge ogen gaat gooien met haar liedje ‘Your Heart Belongs To Me’. Wat dat betreft weinig nieuws onder de zon, want Nederland presteert al jaren bedroevend slecht.
Dit jaar zal voor het eerst sinds jaren de stemming niet alleen meer via televoting bepaald worden, maar ook de vakjury krijgt weer iets te zeggen. Een steeds terugkerende klacht is namelijk dat er te veel vriendjespolitiek bedreven wordt, wat landen met weinig vriendjes bij voorbaat kansloos maakt. De formule voor een succesvol Eurovisie lied blijft vooralsnog een mysterie: hoewel je met televoting een heel eind kunt komen, is het geen garantie voor winst. Vorig jaar won Servie met een doodgewoon mooi liedje en het jaar daarvoor won Finland met de monsteract Lordi. Wordt het dit jaar dus een fraaie chanson of de idiote kalkoen die Ierland stuurt? Een ding is zeker: Hind wordt het alvast niet. Maar dat neemt niet weg dat ik vanmiddag toch lekker ga kijken naar alle kitsch en camp die weer op ons afgevuurd wordt.
Terwijl Rob een druk schema heeft in een regenachtig Europa, kan ik op mijn gemak doen in Boiling Springs. Hier schijnt de zon en kan ik buiten lekker aan de laptop werken, wat onkruid uit de tuin halen (het is ongelooflijk wat een beetje water en zonneschijn met onkruid kunnen doen!) en af en toe wat boodschappen halen. De vogels zijn nog steeds trouwe bezoekers van onze patio, net als een kat van de buren die elke ochtend zijn kans zit af te wachten om een vogel te vangen. Ik hoop maar dat ik binnenkort niet wakker wordt met een dood vogeltje bij de achterdeur. Het zal deze spotlijster niet overkomen, want die bijt gewoon terug!
Op woensdag is het heel vroeg dag. Ik heb met Vicki afgesproken om naar de vlooienmarkt in Pickens te gaan en behalve dat het nog een eindje rijden is, moeten we er al op tijd zijn. Haar kerkgenote Phil gaat mee en zij heeft het nodige te verkopen, dus we moeten zorgen dat we er op tijd zijn om een tafel te bemachtigen. Zodoende sta ik om 4.45 naast mijn bed en komt Vicki me kort voor half zes ophalen.
Vicki heeft een lijst met spullen die ze hier hoopt te vinden, maar in tegenstelling tot succesvolle bezoeken in het verleden kan ze vandaag niet zo veel vinden. Als de markt tegen de middag is afgelopen is Phil enkele spullen armer, maar echt veel heeft ze niet verkocht. We pakken zodoende alles weer in en stapelen de auto opnieuw vol. Op weg naar huis stoppen we bij een klein restaurantje om te lunchen. Phil trakteert met het weinige geld dat ze vandaag verdiend heeft. Het is al bijna half vier als ik weer thuis ben en Rob belt niet veel later om te zeggen dat hij in tegenstelling tot eerdere plannen toch thuis komt eten. Omdat ik daar geen rekening mee heb gehouden besluiten we Chinees te halen. Net als bij de afhaalchinees in Nederland krijg je voor twee personen een enorme berg voedsel mee, dus daar hebben we vrijdag ook nog plezier van!
Ik had niet gedacht dat er nog eens een moment zou komen in ons leven dat we over de prijzen van benzine zouden klagen, maar het begint in de buurt te komen. Toen Rob gisterochtend ging werken was de prijs van benzine nog $3.37 per gallon en toen hij ’s avonds weer naar huis kwam betaalde je voor dezelfde gallon ineens $3.49. Dat is 12 cent op een dag tijd!