Visa!

Op woensdag reizen we naar Brussel om onze visa op te halen. We kennen inmiddels de weg naar de Amerikaanse ambassade en rond 11.45 zijn we ter plaatse. Ook nu weer staan er verschillende militairen die je moet passeren om binnen te komen. Gelukkig zijn de voorzorgsmaatregelen deze keer veel minder streng. Er worden geen namen op lijsten gecontroleerd, er wordt niet naar explosieven gezocht en je hoeft niet onder de metaaldetector door. Wel mag je maar met een persoon tegelijk naar binnen, wat er in ons geval op neerkomt dat Rob onze paspoorten gaat ophalen. Het is eigenlijk verrassend dat je op vertoon van een simpel strookje papier met een nummer erop een paspoort meekrijgt zonder dat er enige controle plaatsvindt of je wel de eigenaar van het betreffende paspoort bent. Maar, dat gezegd hebbende, we hebben nu allebei een prachtige sticker in ons paspoort die ons tot januari 2010 ongelimiteerd toegang geeft tot de VS! Dat maakt het leven bij de douaneposten in Atlanta in ieder geval een stuk eenvoudiger.

Het Atomium ligt naast Mini Europe.Nu we vandaag toch in Brussel zijn is het een beetje zonde om daar niets mee te doen. Toen we ons treinkaartje bij het loket in Gent kochten, hebben we dan ook gekozen voor een dagtrip naar Mini-Europe dat in het Bruparck ligt. Voor iedereen die nog eens goedkoop een tripje wil maken, kunnen we de dagtrips van de NMBS warm aanbevelen. Voor 20 euro per persoon hebben we een retour naar Brussel gekocht, binnen Brussel de metro naar station Heizel en de toegang tot Mini-Europe dat ook 12,90 p.p. bedraagt. Al met al spaar je samen 20 euro uit, toch de moeite. En van dat bedrag kun je dan bijvoorbeeld aan het eind van je tripje een veel te dure foto kopen die bij binnenkomst gemaakt is. 🙂

Wie wel eens in Madurodam geweest is, kent meteen het principe van Mini-Europe. In het park staan vele miniaturen van bekende en historisch belangrijke gebouwen in Europa. Deze zijn gemaakt op een schaal 1:25, behalve de replica van de Vesuvius die 1:1000 is. In enkele uurtjes wandel je van een Deens Viking-dorp naar de Franse Arc de Triomphe gevolgd door het astronomisch uurwerk op het stadhuis van Praag. Je kunt er bovendien luisteren naar de volksliederen van elk land, dus we horen regelmatig het Wilhelmus en de Brabanconne uit de luidsprekers schallen.
Als we Mini-Europe gezien hebben, nemen we de metro terug naar het centraal station en lopen in die omgeving nog wat rond. Je kunt eigenlijk niet in Brussel komen en dan de imposante Grand’Place overslaan, ook al hebben we die net nog op schaal in Mini-Europe gezien.

Olijven.Terug in Gent reizen we naar station Dampoort en vanaf daar gaan we op zoek naar de St. Jakobsnieuwstraat en meer specifiek de Griekse Snack die hier ergens ligt. We hebben er afgesproken met Kurt en Aster, die hier al jaren vaste klant zijn. Hoewel de naam anders doet vermoeden, is het geen klassieke cafetaria voor een vette hap, maar een eenvoudig restaurantje waar je voor weinig geld heerlijk kunt eten. Als je niet met een paar echte Gentenaren op pad gaat, zul je dat soort leuke restaurantjes waarschijnlijk nooit ontdekken. Na het eten rijden we met ze mee naar St. Amandsberg om de gezellige avond nog wat voort te zetten. Ik heb het hen al vaker gezegd, maar ik wil toch nog graag eens benadrukken dat ze meer dan welkom zijn om ons te bezoeken in South Carolina, zodat we hen daar kunnen trakteren op wat echt Amerikaanse cultuur. 🙂

Aanrijding in Moscou

Vlak voordat we naar de USA vertrokken zagen we in de bioscoop een trailer voor de film Aanrijding in Moscou. Wie wel eens in Gent komt weet dat tramlijn 4 naar Moscou rijdt, een wijk in deze stad. Moscou ligt in stadsdeel Ledeberg, en daar kijken we vanuit ons appartement precies tegenaan. We vonden het dus jammer dat we deze film moesten missen, vooral omdat hij is opgenomen in een voor ons erg bekend gebied.

Toen we afgelopen vrijdag in Gent aankwamen en langs de bioscoop liepen hebben we een programma meegenomen en wat schetst onze verbazing: Aanrijding in Moscou draait nog steeds vier keer per dag! Zodoende hebben we maandagavond, bij gebrek aan goede televisie, kaartjes gekocht voor deze film. En wij niet alleen, want de grote zaal waarin hij draaide zat flink vol.

Het verhaal is als volgt: Matty is een moeder van drie kinderen. Ze werkt bij De Post en woont op een klein flatje in de troosteloze hoogbouw die Ledeberg rijk is. Een kleine 6 maanden geleden heeft haar man Werner haar tijdelijk verlaten voor een van de studentes die hij tekenles geeft. De teleurgestelde Matty wacht braaf tot Werner over zijn midlifecrisis heen is en weer thuis komt. Als ze op een dag boodschappen doet rijdt Matty tegen de vrachtwagen van Johnny aan. Dat mondt uit in een fikse woordenwisseling, waarbij Matty’s opmerkingen een gevoelige snaar raken bij de meer dan 10 jaar jongere vrachtwagenchauffeur. Hij zoekt haar telefoonnummer op via het politierapport dat wordt opgesteld en al snel is hij kind aan huis. Het kost Matty veel moeite om zich over het leeftijdverschil heen te zetten en bovendien hebben ze beide de nodige deuken opgelopen in het leven. Werner kan zijn jaloezie niet onder stoelen of banken steken, waardoor Matty geen raad meer met de situatie weet.

Zoals we van de Belgen gewend zijn, is ook deze film een zeer warm portret van ‘echte’ mensen. In tegenstelling tot romantische komedies uit Hollywood heeft iedereen in deze film zijn gebreken en is niets zwart of wit. Echte liefde bloeit ook zonder dat daar overdadige weelde aan te pas hoeft te komen. Neem daarbij het charmante Gentse dialect dat in de film gesproken wordt en de voor ons zeer herkenbare lokaties en je hebt een zeer genietbaar avondje uit.

Viva visa!

(Op zondagavond 6 april zijn we weer in de VS aangekomen. Vorige week hadden we weliswaar geen internet, maar heb ik wel een aantal blog entries geschreven, die bij deze alsnog geplaatst worden. Op basis van die informatie kun je bijvoorbeeld bedenken of je ook de moeite wilt nemen een visum voor de VS aan te vragen…)

Een ritje naar het vliegveld kost al snel 70 dollar.Woensdagmiddag (26 maart) worden we opgehaald door een praatgrage chauffeur van Checker Cabs. Hij vertelt volop terwijl we naar het vliegveld van Greenville rijden, over het kleine plaatsje waar hij zelf woont en over een rijke klant die hij elke week haalt en brengt. Deze klant is een consultant uit Florida die bij Milliken werkt en van zijn salaris over de hele wereld al 4 huizen kan betalen en die momenteel op zoek is naar een huis is de buurt van Spartanburg. Dat lijkt me dus een mooi beroep: consultant…

Op het vliegveld zelf is niet veel te doen. We checken in, lunchen in het restaurantje, klagen over de slechte internetverbinding en vliegen dan naar Atlanta. Ook hier is weinig nieuws onder de zon. We nemen een koffie bij Starbucks en wachten met een tijdschriftje bij de gate. Het vliegtuig is op tijd en dankzij de forse rugwind zijn we maar liefst 40 minuten te vroeg in Brussel, dus al voor 7 uur ’s morgens. Met een taxi komen we uiteindelijk aan in Gent, waar ons appartementje nog steeds ligt. Wonderwel zijn niet eens alle planten dood, zodat er in ieder geval nog iets leeft in huis.

We zetten eerst alle kranen open om eventueel salmonella en legionella uit de buizen te spoelen. Dit moeten we later bekopen met een koude douche! We zoeken alle benodigde papieren bij elkaar voor ons bezoek aan de ambassade en reizen dan terug naar Brussel. De secretaresse van Milliken heeft hier een hotelkamer voor ons geboekt zodat we vrijdagochtend op tijd bij de ambassade kunnen zijn. We moeten ons daar al om 8.20 melden!

We verblijven een nachtje in het Crowne Plaza.Vanaf het Centraal Station in Brussel is het een klein wandelingetje naar het hotel. Al zoekende komen we ook langs de Amerikaanse ambassade, dus die weten we voor de volgende ochtend alvast te vinden. Het hotel ligt een stukje verder en aangezien we in het Europese kwartier zitten, dat vol staat met gebouwen van de Europese Unie en tal van ambassades, is het hotel natuurlijk erg sjiek en het zit er vol met dure types.

In de buurt is verder weinig te doen, dus we dineren in het restaurant van het hotel. We houdenEen slechte fles Saint Emilion bestaat gewoon niet. het simpel met gegrilde zalm op spinazie, een heerlijk gerecht en ondanks zijn eenvoud veel verfijnder dan alles wat we de afgelopen maanden in de VS hebben gegeten. Bij het eten nemen we een glaasje Saint-Emilion, wat ons betreft de lekkerste Franse wijn die je kunt vinden (en uiteraard onvindbaar in het zuiden van Amerika).

Vrijdagochtend is een ervaring op zich. We melden ons bij de ambassade, die aan voor- en achterkant afgezet is met prikkeldraadbarrieres en militairen. Hoewel het er erg ongastvrij uitziet, zijn de militairen in kwestie zeer vriendelijk. We moeten samen met een aantal andere mensen buiten wachten tot we toestemming krijgen om naar binnen te gaan. Eerst moet je een papiertje tussen je handen wrijven om te zien of je de afgelopen dagen nog in contact bent geweest met explosieven. Daarna mag je, een voor een, de ambassade binnen. Hier moet je eerst door de metaaldetector en wordt alles dat je bij je hebt onderzocht. Natuurlijk gaat het poortje af als ik er onderdoor ga. Dit gebeurt vrijwel altijd, want beugelbhs en metaaldetectors zijn geen goede vrienden van elkaar.

Als zowel ik als Rob helemaal zijn goedgekeurd, mogen we doorlopen naar de rij voor het loket. Er was maar een persoon voor ons, dus het duurt niet al te lang voor we aan de beurt zijn. De beambte kijkt al onze papieren zorgvuldig door, niet documenten aaneen, maakt kopieen en als hij alles bekeken heeft zegt hij dat het er ‘perfect’ uitziet. Even later worden we teruggeroepen naar het loket en worden onze vingerafdrukken (van alle vingers!) genomen. Voor de tweede keer nemen we plaats in de wachtruimte. We kunnen nu toekijken hoe andere mensen zich voorbereid hebben op de aanvraag van hun visum. Vooral (het bewijs van) betaling van 94 euro p.p. aan de ambassade voor administratiekosten schijnt een groot struikelblok te zijn. Sommigen mensen denken aan een paspoort en een vriendelijke lach genoeg te hebben.

Even na half tien meldt de consul zich. Hij zal iedereen beurtelings bij zich roepen en het proces voltooien. We zijn als derde aan de beurt en hij begint met het controleren van onze vingerafdrukken. Dat komt me wat vreemd voor, want ik zou niet weten hoe we in de tussentijd aan andere vingerafdrukken hadden moeten komen. Maar goed. De man is verder vriendelijk en als hij de naam Milliken ziet, is de buit binnen. Hij is zelf opgegroeid in South Carolina en hij kent onze Niet te vinden in de VS en daarom thuis extra lekker!woonplaats Boiling Springs. Twee stempels later staan we weer buiten en vanaf aanstaande dinsdag liggen onze paspoorten, MET visum, klaar bij de ambassade. Hoera!

We nemen de trein terug naar Gent, halen een broodje bij de sandwichbar bij ons om de hoek en genieten van echt vers brood, iets wat je in Amerika nergens kunt vinden. We hebben al besloten om een broodmachine te kopen als we weer terug zijn in Boiling Springs. Bij chocoladewinkeltje Sessibon halen we een doosje pralines voor de secretaresse bij Milliken, die ook het nodige werk voor ons heeft gedaan, en het komende jaar zal blijven doen. Dat is wel een bonbonnetje waard, dachten we zo. Rob neemt vervolgens de tram naar kantoor en ikzelf zal mijn best doen om ons appartementje op te frissen voor het bezoek dat we dit weekend krijgen. Onze ouders komen een dagje om ons een knuffel te geven voordat we voor langere tijd de grote plas oversteken.

Radiostilte

Stilte…Vandaag vliegen we rond 14.30 terug naar Belgie. Daar blijven we eerst in Brussel omdat we een afspraak hebben bij de Amerikaanse ambassade. Op vrijdag zijn we terug in ons appartementje in Gent. Omdat we daar geen telefoon en internet meer hebben, zal het de komende tijd een beetje stil zijn op onze blog. Indien mogelijk zullen we af en toe een berichtje plaatsen, maar tot we op 6 april weer terugkomen in de VS zal het rustig zijn op Peperazzi!

Een bijzondere paasgedachte

een alternatieve PaasgedachteAfgelopen weekend was het Pasen, het christelijke feest dat de herrijzenis van Jezus viert. Ook in Amerika wordt dit gevierd, met chocoladeeieren, missen in de kerk en een heleboel poespas. Maar Amerika zou Amerika niet zijn als ze niet ook van Pasen iets geks zouden maken.

In San Francisco wordt elk jaar tijdens Pasen de ‘Hunky Jesus Competition’ georganiseerd. San Francisco staat bekend als de homo-hoofdstad van de VS en de organisatie van deze verkiezing ligt dan ook in handen van homovereniging Sisters of Perpetual Indulgence (vrij vertaald: de Zusters van de Eeuwige Overgave).

Het doel van deze verkiezing is vrij simpel: wie wordt verkozen tot de meest sexy Jezus? De deelnemers komen over het algemeen in weinig verhullende kleding ten tonele. Sommige kandidaten maken er iets leuks van en komen als zombie-Jesus of surfer-Jezus.

Het is vast niet nodig om te vermelden dat de katholieken elk jaar hun beklag doen over wat zij ‘een bijzonder smakeloze vertoning’ vinden.

Identity theft

Een gevaar waar in de VS veelvuldig voor gewaarschuwd wordt, is ‘identity theft’ ofwel identiteitsfraude. Ik had er zelf nog nooit bij stilgestaan, maar in Amerika blijkt het veel voor te komen. Omdat dit land zijn inwoners door middel van angst graag produkten aanpraat, kom je in veel advertenties een melding tegen dat ‘het helpt bij het voorkomen van identiteitsfraude’. Denk bijvoorbeeld aan de verkoop van papierversnipperaars of een speciale verzekering die uitkeert in het geval je slachtoffer wordt van deze vorm van criminaliteit.

Identiteitsfraude.Identiteitsfraude bestaat in verschillende vormen. Het komt erop neer dat iemand zich voordoet als jou om bepaalde diensten of produkten te bemachtigen. Het kan ook zijn dat iemand zich voordoet als jou wanneer hij gearresteerd wordt voor een vergrijp. In sommige gevallen gaan mensen zo ver dat ze de identiteit van een ander volledig overnemen. Dit kan natuurlijk erg vervelende gevolgen hebben, vooral in een land als de VS waar persoonlijke gegevens op straat liggen en je vaak afgerekend wordt op kredietwaardigheid en het al dan niet hebben van een strafblad.

Handige criminelen hebben allerlei manieren om je gegevens te bemachtigen. Ze vissen geadresseerde post met persoonlijke gegevens uit je vuilnis, ze zoeken informatie via internet of overheidsdiensten, ze luisteren je af in openbare gelegenheden en gaan zelfs zo ver dat ze valse advertenties voor banen plaatsen om zo aan CV’s te komen, die natuurlijk vol gedetailleerde informatie staan.

Ondanks kregen we een brief met een folder van de USPS, het postbedrijf van de VS. Hierin stonden diverse tips om identiteitsfraude te voorkomen. De post speelt ongewild een grote rol in deze vorm van criminaliteit en probeert zodoende om de mensen bewust te maken van de risico’s. Tenslotte is alleen al het afgelopen jaar voor 5 miljard gefraudeerd via identiteitsfraude en voor bedrijven lag dit bedrag op 48 miljard! Toch iets om even bij stil te staan.

Daniel Stowe Botanical Garden

Een vestiging van Kohl’sDe zaterdag van het Paasweekend hebben we besteed aan wat winkelen. Het warenhuis Kohl’s hadden we nog niet eerder bezocht en ze hebben een aantrekkelijke paasuitverkoop. In de winkel lachen de vele koopjes ons toe. Rob heeft een nieuwe spijkerbroek nodig, dus we hebben zelfs een heus doel. Een rondje shoppen levert 2 spijkerbroeken op, een trui, een topje, 2 korte broeken, theedoeken en wat ondergoed en dat alles samen kost ons 80 euro.

Na de vele meters winkelwandelen gaat een lunch er wel in en deze nuttigen we bij Schlotzsky’s Deli, een broodjesketen. We kiezen allebei voor een broodje tonijn, dat volgens het boekjes Eat This, Not That dat we onlangs gekocht, een van de gezondere keuzes is in het Amerikaanse fastfood-gamma. Hierna rijden we naar huis en besteden de middag aan wat tuinieren en genieten van onze tuinstoelen, met een boekje en een verfrissend drankje. Het is een warme dag, zo’n 24 graden alweer.

In de Daniel Stowe Botanical GardenZondag is het Pasen, maar daar is niet zo heel veel van te merken. De supermarkt is gewoon open en we stoppen hier even om te tanken, voordat we naar Belmont in North Carolina rijden. Hier ligt de Daniel Stowe Botanical Garden, een schitterend aangelegde en onderhouden botanische tuin. Zoals de naam doet vermoeden is dit bedacht en gefinancieerd door meneer Stowe en zijn vrouw, die in 1989 het plan opvatten om een botanische tuin aan te leggen.

Het park is zeer mooi aangelegd en staat vol met fonteintjes. Ook hebben alle tuinen een thema, bijvoorbeeld een kleur of vorm. Er staat al veel in bloei (bijvoorbeeld tulpen!) maar ik kan me voorstellen dat het er hier over een maand heel anders uitziet. Dan zijn ook veel bomen en struiken helemaal uitgelopen en zijn alle knoppen open. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat we hier nog eens terug komen dit jaar… Voorlopig staan de foto’s van dit bezoek op de gebruikelijke plaats. Het uitgebreide repertoire van een Eastern Kingbird (koningstiran) die in de tuin zat te zingen kun je hieronder alvast beluisteren.

Zoek de zon op

Vrijdag is niet zo maar een vrijdag, maar Goede Vrijdag, en in ons geval betekent dat dat Rob een dag vrij heeft. Het is erg zonnig en mooi en het zal zo’n 24 graden worden, dus een prima dag om een buitenactiviteit op te zoeken. We beginnen echter met een half karretje boodschappen, aangezien we op woensdagmiddag weer vertrekken richting Belgie en dus niet zo veel nodig hebben.

Rond 11.00 rijden we naar Barnes & Noble en daar komen we Robs collega Steven tegen met zijn vrouw en zoon. Zij zijn hier een weekje op vakantie aansluitend op een week werk van Steven. We blijven nog een aardig tijdje babbelen en we geven hen wat tips voor bezienswaardigheden in de buurt. Ze hebben al flink geshopt sinds ze zijn gearriveerd want de prijzen zijn ongelooflijk laag en door de gunstige dollarkoers en de eeuwigdurende uitverkoop kun je voor een handjevol euro’s een hele nieuwe garderode aanschaffen.

Het prieel in de Hatcher GardenIn de loop van de middag rijden we naar de Hatcher Garden & Woodland Preserve. Dit is een botanische tuin die een beetje verstopt ligt tussen twee snelwegen. Het was vroeger de achtertuin van een echtpaar dat graag tuinierde en belangstelling had voor flora en fauna. Ze wilden graag een openbare tuin aanleggen waar alle mensen uit Spartanburg van harte welkom waren. Van het stuk rode klei dat volstond met onkruid en rotzooi hebben ze door de jaren heen een fraaie tuin gemaakt, en ze hebben zelfs aangrenzende percelen gekocht om te kunnen uitbreiden.

Dankzij meneer en mevrouw Hatcher kunnen wij op deze mooie vrijdag lekker rondwandelen in het parkje. Er zijn een paar watervalletjes en nu de lente echt begonnen is, word je omgeven door nieuw blad en jonge bloempjes. Rob heeft zijn macrolens meegenomen en heeft volop foto’s gemaakt, die je natuurlijk op Flickr kunt bekijken.

Monsters op de weg

Nu we hier regelmatig rondrijden, valt het moeilijk te ontkennen dat je enorme auto’s op de weg tegenkomt. Natuurlijk, iedereen weet dat in Amerika alles ‘meer’ en ‘groter’ is, maar je moet het echt zien om het te geloven. Geloof het of niet, maar de volgende auto’s zie je hier net zo vaak op snelwegen en in de stad als je in Nederland en Belgie een Volkswagen Golf of Renault Twingo ziet rijden. De Toyota Tundra, die je op de eerste foto ziet, is overigens gekozen tot auto van het jaar.

Toyota Tundra

Een Dodge Ram 3500

De Hummer H3

De Ford Expedition

Lastig parkeren hoor, met zo’n groot ding.

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag