De zaterdag van het Paasweekend hebben we besteed aan wat winkelen. Het warenhuis Kohl’s hadden we nog niet eerder bezocht en ze hebben een aantrekkelijke paasuitverkoop. In de winkel lachen de vele koopjes ons toe. Rob heeft een nieuwe spijkerbroek nodig, dus we hebben zelfs een heus doel. Een rondje shoppen levert 2 spijkerbroeken op, een trui, een topje, 2 korte broeken, theedoeken en wat ondergoed en dat alles samen kost ons 80 euro.
Na de vele meters winkelwandelen gaat een lunch er wel in en deze nuttigen we bij Schlotzsky’s Deli, een broodjesketen. We kiezen allebei voor een broodje tonijn, dat volgens het boekjes Eat This, Not That dat we onlangs gekocht, een van de gezondere keuzes is in het Amerikaanse fastfood-gamma. Hierna rijden we naar huis en besteden de middag aan wat tuinieren en genieten van onze tuinstoelen, met een boekje en een verfrissend drankje. Het is een warme dag, zo’n 24 graden alweer.
Zondag is het Pasen, maar daar is niet zo heel veel van te merken. De supermarkt is gewoon open en we stoppen hier even om te tanken, voordat we naar Belmont in North Carolina rijden. Hier ligt de Daniel Stowe Botanical Garden, een schitterend aangelegde en onderhouden botanische tuin. Zoals de naam doet vermoeden is dit bedacht en gefinancieerd door meneer Stowe en zijn vrouw, die in 1989 het plan opvatten om een botanische tuin aan te leggen.
Het park is zeer mooi aangelegd en staat vol met fonteintjes. Ook hebben alle tuinen een thema, bijvoorbeeld een kleur of vorm. Er staat al veel in bloei (bijvoorbeeld tulpen!) maar ik kan me voorstellen dat het er hier over een maand heel anders uitziet. Dan zijn ook veel bomen en struiken helemaal uitgelopen en zijn alle knoppen open. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat we hier nog eens terug komen dit jaar… Voorlopig staan de foto’s van dit bezoek op de gebruikelijke plaats. Het uitgebreide repertoire van een Eastern Kingbird (koningstiran) die in de tuin zat te zingen kun je hieronder alvast beluisteren.
In de loop van de middag rijden we naar de 



Nu ik weet dat Chretien er mee kan lachen, durf ik wel een stukje te schrijven over het volgende. Toen hij onlangs bij ons op vakantie was, stuitte hij in het winkelcentrum op Bed, Bath & Beyond. Nu heb ik wel eens vaker gezegd dat we zelf veel bij BB&B hebben gekocht, toen we nog bezig waren met het inrichten van ‘ons’ huis. Ook Chretien vond hier een aantal dingen die hem wel konden bekoren, en dan met name een wanddecoratie die wel geinspireerd leek op een werk van
Dat de grote varieteit vogels die in onze tuin neerstrijkt geen flauwekul is, heeft Chretien onlangs nog zelf kunnen zien. Het is iedere dag een echt schouwspel en leuk om de verschillende gedragingen van elke soort te zien en vooral te herkennen. Over een maandje zullen ook de kolibries zich laten zien, dus tegen die tijd zal wel een bericht volgen over deze wonderlijke vogeltjes. Voor het moment hou ik het bij de identificatie van een aantal gevederde vrienden die we nu elke dag zien.
hebben inktzwarte veren die bedekt zijn met glinsterende groene stippen.
Een van de mooiste en opvallendste vogels in de buurt is deze Blue Jay (Cyanocitta Cristata) ofwel de Amerikaanse blauwe gaai. Het is een tamelijk grote vogel, tot wel 30 cm, en door zijn felblauwe kleur moeilijk om niet te zien. Bovendien is het een zeer luidruchtige vogel die hard kan krijsen terwijl hij in de buurt is. Je hoeft hem dus niet te zien om toch te weten dat hij in de tuin zit. Het is een vrij schuw beest en hij laat zich niet zo heel vaak op de patio bij de feeder zien, maar we hebben hem toch al een paar keer vlakbij de deur gespot terwijl hij van de pinda’s zat te eten. Hij zit vaak in de boom tegenover de patio waar het voederstation van de eekhoorns hangt. Hier doet hij zich tegoed aan het eten dat de eekhoorns laten vallen.
Een goede week geleden raakte de gouverneur van New York, Eliot Spitzer, in opspraak. Naar zo blijkt heeft hij op kosten van de gemeenschap onder de schuilnaam ‘Client No. 9′ enkele prijzige bezoekjes aan een callgirl afgelegd. Voor het luttele bedrag van 4000 dollar per nacht wilde Ashley Alexandra Dupré zich wel een paar uurtjes met meneer Spitzer bezighouden. De gouverneur heeft hier zo’n 80.000 dollar aan besteed, dus hij heeft zich de afgelopen tijd niet verveeld.
Na het uitlekken van het Spitzer-schandaal heeft de slimme meid haar muziek op internet gezet en kun je een paar liedjes tegen betaling downloaden. Dit heeft haar naar verluidt al zo’n 200.000 dollar opgeleverd. Bovendien kun je wachten op het boek dat zeer zeker zal verschijnen, om nog maar te zwijgen van talloze lucratieve aanbiedingen die haar te beurt vallen. Ook Playboy weet Ashley te vinden: voor een naaktreportage willen ze graag een miljoen dollar betalen. Zo zie je maar dat er in dit land niet veel verheffends voor nodig is om toch snel rijk en beroemd te worden.
Van de woeste storm is zondag niets meer te zien en nadat we ’s morgens in de zon hebben gezeten in de achtertuin en wat isolatiemateriaal hebben gehaald bij Lowe’s rijden we een eindje naar Roebuck. Dit ligt ongeveer 15 mijl ten zuiden van Boiling Springs en hier ligt de
Op het terrein vind je het ‘grote’ woonhuis (de manor), de keuken, een paar schuurtjes en opslagplaatsen voor oogst, een schooltje, een smidse en een replica van de artsenpraktijk van de jongste zoon van de familie Moore, die dokter was. De keuken was in een apart gebouw omdat er continue een vuur brandde. Brand was destijds de tweede doodsoorzaak voor vrouwen (na kinderen baren). Het keukengebouw is in de loop der jaren twee keer afgebrand, dus hun vrees was niet geheel ongegrond.
De bedoeling was dat Robs collega Sami bij ons op bezoek zou komen, maar aan het eind van de middag belt hij dat hij nog in Commerce vast zit vanwege een tornado. Hij was daar samen met Peter aan het winkelen toen er werd omgeroepen dat iedereen moest schuilen. De politie reed om het winkelcentrum heen zodat er zeker niemand wegging. De tornado richtte vervolgens de nodige schade aan: van sommige winkels werd het dak afgerukt en de stroom viel overal uit. Dat waren dus enkele angstige momenten.
De eigenaar van de Brasserie heeft overigens een interessante filosofie. Hij wil graag iets bijdragen aan de lokale cultuur en op de verdieping boven het restaurant heeft hij zodoende een expositieruimte voor kunstenaars uit Spartanburg en omgeving ingericht. Boven deze ruimte, die Hub-Bub heet, zitten een aantal appartementen waar kunstenaars een jaar gratis mogen wonen om zich aan hun kunst te wijden, die ze vervolgens in het atelier kunnen tentoonstellen.