Hoewel veel dingen tegenwoordig als vanzelfsprekend worden aangenomen, kan ik af en toe nog steeds onder de indruk zijn van moderne techniek. Deze week stonden we bijvoorbeeld bij de christelijke autowasserette en terwijl je in je auto zit, kun je mooi volgen hoe de machines te werk gaan: voorspoelen, insoppen, afspoelen, andere zeep erop, weer spoelen… het is nogal een toestand en alles gaat mooi automatisch. Wat er christelijk aan was is mij niet helemaal duidelijk geworden, maar dat terzijde. Al het stof en vuil was weer even van de Pontiac af en dat was het belangrijkste.
Toen we vorige week met mijn ouders rondreisden beschikten we niet over het onmisbare internet en dat kan wel eens lastig zijn. Even snel een kaartje opzoeken als je je route wilt aanpassen is er dan niet bij en je vraagt je direct af hoe mensen ooit hebben kunnen leven zonder de digitale snelweg.
Waar het internet ook bijzonder handig voor is, is telefoneren met beeld via bijvoorbeeld Skype. Met behulp van een webcam, een microfoontje en wat eenvoudige software kun je gratis met iedereen bellen over de hele wereld. Reuze handig als je in het buitenland zit en je wilt je ouders een keer spreken!
Gisteren stonden mijn ouders op een camping die gratis internet aanbiedt aan iedereen die er verblijft en op die manier slaagden ze erin om mij te bellen. Op deze manier hebben we afgesproken dat we dit weekend naar ze toe gaan tijdens hun verblijf in de Great Smokey Mountains in Tennessee. Nee, een leven zonder internet kan ik me echt niet meer voorstellen. Zelfs als je midden in de natuur zit in een vreemd land zonder telefoon kun je nog steeds met speels gemak een afspraak maken. Fantastisch toch?
Gisteravond zijn we in Greenville naar het
volkslied dat door de schaarsgeklede presentatrice nog niet eens zo onverdienstelijk werd vertolkt.
Als we ’s avonds gerommel horen bij de achterdeur denken we dat de eekhoorns weer op jacht zijn naar eten. Maar als we de deur opendoen zit daar tot onze verbazing… een wasbeertje! Even speuren op internet leert ons dat deze diertjes ook in bewoond gebied voorkomen en dat ze alleseters zijn. Als het donker is gaan ze op zoek naar voedsel en deze rakker heeft zich de afgelopen nachten blijkbaar tegoed gedaan aan het vogelvoer in de achtertuin. Ik ben benieuwd of we hem komende avond weer zien.
We vervolgen de weg en om Jekyll Island op te komen moet je een enorme brug over. Het is een zeer indrukwekkende constructie. We draaien het eiland op en worden begroet door tropische flora en fauna. Parkeren op het eiland kost 3 dollar en dat geld komt ten goede aan natuurbehoud. De camping ligt aan de andere kant van het eiland, dat zo’n 12 kilometer lang is. Bij het campingkantoor blijkt dat je in het weekend minimaal 2 nachten moet boeken, dus dat betekent dat mam en Jos hun plannen wat moeten aanpassen, omdat ze in hun planning maar een nacht op Jekyll Island voorzien hadden.
blokken hout om vanavond een kampvuur te maken.
Op vrijdag 18 april wordt iedereen uitgerust wakker en na een stevig ontbijtje van geroosterd brood met gebakken honingworstjes en ei rijden we het mooie campeerterrein James Island RV Park weer af. Na een broodnodige stop bij een tankstation beginnen we aan de 120 mijl naar Savannah in Georgia. Het eerste stuk brengt ons over mooie slingerende tweebaanswegen. Op die manier leggen we de eerste 50 mijlen af. Daarna draaien we de snelweg op en rijden we in een keer goed naar camping Savannah Oaks, waar we vannacht zullen staan.
De bus neemt ons mee naar de ontelbare schilderachtige pleintjes die de stad rijk is. Deze pleintjes zijn oases van rust en groen en zetten meestal een of andere militair in het zonnetje die de stad een grote dienst heeft bewezen. De gidsen op de tourbus vertellen honderduit en je komt ogen en camera’s tekort om alles goed vast te leggen. De weelde van het oude zuiden is overal aanwezig, bij elke hoek die je omgaat staan weer nieuwe statige panden, groot en klein, maar altijd zeer verzorgd. Talloze films zijn hier opgenomen, zoals Forrest Gump, Glory en Midnight In The Garden Of Good And Evil.
De temperatuur gaat vandaag al richting 30 graden en de kou van twee dagen terug lijkt een eeuwigheid geleden. Bij halte 11, aan de Savannah River, stappen we een pub binnen voor een drankje. Rob neemt een frozen margharita, Jos een cocktail en mam en ik lekker saaie frisdrank. We nemen er tortilla’s met gehakt-kaasdip bij, want van dat rondslenteren krijg je best trek.
We lopen door naar de zee en wandelen wat over de pier en het parkje dat er in de buurt ligt. Je kunt je hier heerlijk vergapen aan het zicht op passerende bootjes aan de ene kant, en miljonairswoningen aan de andere kant. Er zijn ergere plaatsen op de wereld!
Een nogal nichterige vent neemt ons mee langs de onbeschrijflijke weelde in het huis. De eigenaar heeft gisteravond nog een dineetje gehouden en het huis staat vol met verse snijbloemen. Hij is bovendien een zeer bereisd man en hij heeft overal ter wereld kunstschatten vergaard die nu in het huis staan. Menig museum komt regelmatig bij hem bedelen of hij zijn schatten aan hen wil verkopen. De gids wijst ons nog speciaal op een aantal objecten in het huis die uit Nederland komen.
Bij het krieken van de dag, om 6.15, komen we in actie en proberen we de kachel aan de praat te krijgen. Als we een kop koffie en brood met gebakken eieren op hebben voelen we ons een beetje beter. We besluiten om de mooie wandelroute van gisteravond nog eens over te doen bij daglicht. Ook nu is het spectaculair lopen over het verhoogde houten pad en het ochtendlicht geeft alles een sprookjesachtige gloed. Er staan reusachtige, eeuwenoude cypressen die tot in de hemel reiken. Ze worden omgeven door eigenaardige kronkels die cypressen-knieen worden genoemd. Als we later in het bezoekerscentrum informeren wat dit zijn, blijkt dat niemand het precies weet. Er bestaan echter drie theorieen: 1) het zijn een soort luchtwortels, 2) ze bieden de grote cypressen extra stut en 3) de kronkels vergaren hout- en bladerafval om zo extra voedsel voor de boom aan te maken. Je komt op dit wandelparcours nagenoeg niemand tegen, wat nogal vreemd is voor iets wat zo onbeschrijflijk mooi is.
We lopen King Street af naar Battery Park aan zee en kuieren via Meeting Street weer terug. Even na 18.00 uur strijken we neer in de Noisy Oyster voor een lekker stukje vis en een stuk chocoladetaart waar we met z’n vieren van eten. De ober doet zijn uiterste best om een goede fooi bij elkaar te sprokkelen en hij is overdreven vriendelijk en hartelijk. Zelfs mam eet een maaltje vis en dat is voor haar heel bijzonder.
Op dinsdag 15 april is iedereen al op tijd wakker. Ik kan het stokbrood al vroeg in de oven schuiven en na een eenvoudig ontbijtje kan alle bagage de auto in. Bij Ingles nemen we nog wat muffins mee om iets achter de hand te hebben voor het geval lunchen vanwege het reizen te tijdrovend is. We rijden vandaag eerst naar Charlotte in North Carolina om de RV op te halen. Het is nog een flinke trip: we rijden rond 8.45 aan en hoewel we slechts enkele korte stops maken zijn we net voor de middag bij Thomas RV Rentals. De familie Thomas is lekker chaotisch maar vriendelijk en het duurt een uurtje voor ze alle spullen bij elkaar hebben verzameld.
kilo diepgevroren gehakt, spaghetti, een pot saus, een ui en een blik doperwten. Hier maken we uiteindelijk toch een smakelijke pot pasta van!
Maandagmorgen, 14 april, zitten we gevieren om de ontbijttafel en vult het huis zich met de geur van ovenverse kaneelbroodjes. Amerikaanser kun je je vakantie niet beginnen! We rijden naar Spartanburg om een indruk te geven van de omgeving waar we wonen. Ook nu kijken mam en pap hun ogen uit: alles is enorm uitgestrekt en weids, echt ontzettend anders dan Nederland waar alles boven op elkaar staat.
voor de broodnodige foto’s en daarna rijden we terug richting Boiling Springs.